Categories
Het Filosofisch Diner

Eten in de geest van Arendt

Al sinds de eerste dagen van Het Filosofisch Diner voelde ik Hannah Arendt over mijn schouder meegluren. Politiek is volgens deze denkster bottom-up georganiseerd en begint met spreken en daarnaar handelen, in samenkomst met anderen. Zoals bij Het Filosofisch Diner in feite.

Het was dan ook prachtig om te zien hoe vorm en inhoud samenvielen tijdens de eerste editie van Het Filosofisch Diner van dit jaar. Arendt-kenner Veronica Vasterling zette enkele kernbegrippen uit haar repertoire uiteen en legde zo de basis voor een gedachtewisseling over vrijheid, macht, verschillende perspectieven en de staat van de democratie.

Dat aan dat laatste flink wat te verbeteren is, werd door alle aanwezigen beaamd, maar hóe Arendts denken daarin past, was nog een lastige vraag. Populistische rechtse partijen springen in het gat waar burgers de vrijheid missen om deel te nemen in politieke processen. Zo wordt er echter niets opgelost, want inspraak wordt ingeruild voor autoritaire macht.

Hoe organiseer je bottom-up politiek dan wel? Waar begin je met het herstellen van vertrouwen en het kweken van betrokkenheid? Die vragen stonden centraal, maar het was zoeken naar een antwoord. Hoewel ik om eerlijk te zijn vermoed dat Arendt hier goedkeurend zou knikken; het geopende gesprek was al een eerste stap in de goede richting.

Categories
Het Filosofisch Diner

De uitvinding van de Afrikaanse vrouw

In sciencefictionfilms vragen aliens die de aarde bezoeken vaak om de leider van de mensheid te spreken. In vrijwel alle gevallen is deze leider de president van de VS, die al dan niet expliciet, het mandaat heeft om namens de volledige wereld te spreken. We accepteren deze fictie omdat het fictie is.

Maar in het echt maken we in het westen dergelijke foute aannames ook aan de lopende band en wel op zo’n manier, dat de consequenties ervan bijna niet terug te draaien zijn. Op 7 december bespraken we tijdens Het Filosofisch Diner een van die aannames: dat de verhouding tussen man en vrouw in Afrika hetzelfde is als in Europa.

 

Kenner van Afrikaanse filosofie Renate Schepen liet zien hoe politiek in bijvoorbeeld Nigeria traditioneel was georganiseerd in termen van leeftijd en ervaring; aparte woorden voor man en vrouw bestaan in de taal daar niet eens. Ze liet bovendien zien hoe Westerse wetenschappers hun (onbewuste) vooroordelen meebrachten in hun onderzoek naar zo’n cultuur. Het gevolg ervan was dat de Westerse projectie daarvan de werkelijkheid ging vervangen. De Afrikaanse vrouw verdween uit de geschiedenis; zij kon in Europese ogen immers geen rol van belang daarin spelen. De Afrikaanse cultuur werd in de Westerse blik zo fictioneel als een sciencefictionfilm…

De vraag is natuurlijk welke lering je daaruit kunt trekken – los ervan dat het geen kwaad kan om je vooroordelen op te schorten. Er bleek een rol te liggen voor de taal, het loslaten van genderverschillen, maar enige tact met betrekking tot de eigen geschiedenis. Om te emanciperen moeten bestaande verschillen immers eerst erkend worden, voordat ze opgelost kunnen worden – een goede suggestie uit het publiek die me bij bleef, maar die tegelijk ook aantoont hoe lastig het is om diep verankerde denkbeelden te veranderen.

Categories
Het Filosofisch Diner

Wat is wildernis?

Vrijwel geen stukje groen van Nederland is nog ongecultiveerd. Ook de plekken waarvan we graag zeggen dat de natuur er zonder menselijk ingrijpen zijn gang laten gaan, worden eigenlijk minutieus beheerd op basis van vooropgesteld beleid over hoe wilde natuur eruit zou moeten zien. We houden onszelf eigenlijk een beetje voor de gek en het wordt tijd om daar eens mee op te houden.

Dat is de kern van waar het tijdens Het Filosofisch Diner op 2 november over ging. Botanisch filosoof Norbert Peeters ontmaskerde de liefhebber van de woeste natuur als een romantische idealist die de mens het liefst geheel wegcijfert uit de natuur – denk aan de vele prachtige natuurdocumentaires die er zijn, waarin nooit een menselijke hand te zien is, terwijl die toch zeer aanwezig is. Dus stelde hij de vraag: wat is nou een zinnig begrip van het woord ‘wildernis’?

Voer voor een goed gesprek over hoe de mens binnen de natuur staat en de vele, vele associaties die het wilde oproept tot de vraag of semantische haarkloverij onze relatie met de rest van de natuur überhaupt een stap verder helpt.

Typisch een avond die met meer vragen eindigt dan waar hij begon, maar die wel werd afgerond met een weelderige brownie, gedecoreerd met bloemen, en een ronduit wild stuk spoken word van woordkunstenaar Ike Krijnen, waarin het meest waanzinnige wild werd voorgeschoteld. Dan ogen de taferelen die David Attenborough becommentarieerd ineens een stuk lieflijker.

Categories
Het Filosofisch Diner

Surfen met Sartre

Maakt het existentialisme een voorzichtige comeback? We kauwden op die vraag tijdens een Filosofisch Diner waarin het denken van Sartre centraal stond. De Franse denker werd vanaf de jaren zestig afgeserveerd door postmoderne denkers, die vonden dat hij de mens teveel op een voetstuk plaatste, zo vertelde Sartre-kenner Simon Gusman. Dat terwijl het existentialisme juist tegenwoordig verhelderende inzichten kan bieden in hoe we ons verhouden tot de wereld.

Ons leven is tegenwoordig immers vergeven van keuzemogelijkheden. Het internet schotelt ons op dagelijkse basis een keuzemenu voor, waar we twintig jaar geleden alleen maar van hadden kunnen dromen. Dat zou leiden tot vervreemding; het gevoel je zelf te verliezen in een zee van opties. Juist op dit punt kunnen we volgens Gusman bij Sartre te rade gaan, want keuzevrijheid is een van de pijlers waarop zijn filosofie rust.

Gusmans pleidooi toonde aan dat het overgrote deel van de keuzes die je online hebt, triviaal zijn en in het niet vallen bij het grotere project van het vormen van een identiteit. Wie je bent, wordt niet bepaald door welke kleding je koopt, op welke advertenties je klikt en welke likes je uitdeelt. Precies andersom: binnen het overkoepelende project van jouw zelf, passen dergelijke keuzes.

Een geruststelling? Niet voor alle deelnemers; want algoritmes sorteren toch immers voor op keuzes? Ze bepalen wie je bent, op basis van wat je eerder koos en sturen je daarmee verder in een bepaalde richting, ongeacht of dat past bij wie je wilt zijn of bent. Lastig vaarwater, waarin de postmodernisten toch weer het hoofd om de hoek steken. Het existentialisme is bijzonder interessant, maar erg vatbaar voor kritiek.

Categories
Het Filosofisch Diner

De mythe van de vrije wil

Een van de belangrijkste taken van de filosofie is om aannames te bevragen. Waarom beschouwen we sommige als vanzelfsprekend, en klopt dat wel? Een goed voorbeeld hiervan is de vrije wil. Binnen de academische filosofie een notoir lastig onderwerp, maar over het algemeen twijfelen we er niet aan ons handelen wordt bepaald door keuzes die we zélf maken.

De geldigheid van die aanname stond ter discussie tijdens het eerste Filosofische Diner van deze herfst. Jurriën Hamer, die naast filosoof ook jurist is, hield een vurig pleidooi tegen de vrije wil. Niet omdat hij dacht dat we volledig gedetermineerd zijn; wel omdat hij meent dat het idee van een vrije wil ongelijkheid en onrechtvaardigheid met zich meebrengt. Als we uiteindelijk altijd volledig zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen, moeten we ook altijd zelf de consequenties dragen. Zo wordt ook geluk een keuze – terwijl we heel goed weten dat dat niet klopt.

Voor veel aanwezigen was het duidelijk een bittere pil om te slikken – het idee dat de controle over je eigen handelen maar zeer beperkt is, is niet fijn en staat heel ver van hoe we ons dagelijks leven ervaren. Maar volgens Jurriën is een nieuw blik op de wil nodig om radicale maatschappelijke en politieke veranderingen tot stand te brengen, die voor een rechtvaardiger samenleving zorgen. Een eerlijker verdeling van welvaart en een nieuwe penitentiair systeem gericht op reïntegratie in plaats van straf – hier komt de jurist naar boven.

De belangrijkste vraag was wel: is zo’n complexe filosofische vraag wel het juiste startpunt voor een maatschappelijke omslag? Wie wil er nog veranderen nadat hij heeft gehoord dat de vrije wil toch niet bestaat? Een goede suggestie in een andere richting sloot de avond af: moeten we om van het ‘willen’ af te komen, niet ook van het woordje ‘ik’ af?

Categories
Kijktip Wijntip

Bloedige wijn voor een koelbloedige schurk

Better Call Saul is een van de beste series die ooit gemaakt zijn. Niet alleen vanwege de geweldige scenario’s, onverwachte plotwendingen en een hele goede cast, maar juist ook vanwege de aandacht voor detail, nuance en een treffende symboliek die de hele serie door alleen maar sterker worden. Personages die we uit de originele serie Breaking Bad al kenden, worden in Better Call Saul uitgediept, krijgen meer vlees om de botten en worden soms in een heel nieuw licht gesteld.

Een prachtig voorbeeld is de scène waarin Gustavo Fring een glas wijn drinkt in een bar (dat spreekt mij natuurlijk aan). De kijker kent hem als een meedogenloze crimineel die koel en berekenend zijn drugsrijk opbouwt, gedreven door het verlies van zijn geliefde Max, die door de chef van het Mexicaanse drugskartel is vermoord. In deze scène krijgen we een zeldzaam inkijkje in zijn gevoeliger kant; schuilt er misschien toch iets goeds in deze man?

Gus neemt plaats in een luxe wijnbar, waar hij duidelijk al vaker is geweest: de sommelier begroet hem hartelijk en de twee raken in gesprek over wijn. David, de sommelier, schenkt Gus een glas in van een zeer exclusieve Côte Rôtie, ‘La Landonne’ van wereldberoemde wijnmaker René Rostaing en vertelt hem over zijn persoonlijke ervaringen in die streek. Gus ontspant en luistert met plezier, niet alleen omdat hij van de wijn geniet, maar ook van zijn gezelschap. 

Hij geeft zich zelfs bloot, door te bekennen dat hij na een eerder gesprek met David een bijzonder goed jaar van dezelfde wijn te hebben gekocht. Die bewaart hij tot een speciale gelegenheid om de wijn met iemand te kunnen drinken – hopelijk met David, lees je in zijn gezicht. Maar zodra de kans zich voordoet, maakt Gus zich uit de voeten. We zien zijn gezicht verstrakken en het plezier verdwijnen; de schurk maakt zich weer meester van de levensgenieter.

In vier minuten wordt een intrigerend portret neergezet. Bij Gus Fring is elegantie en verfijnde smaakt deel van het personage dat hij bewust speelt, om zijn illegale activiteiten voor de buitenwereld te verhullen. Aan de bar menen we echter een glimp op te vangen van de echte Gus, die als alle mensen hunkert naar liefde. Kwetsbaar, maar ook vervuld van plezier.

Hoewel acteur Giancarlo Esposito zijn rol briljant speelt, ligt er in deze scène een belangrijke rol voor de wijn. Die staat symbool voor wat Gus Fring drijft: bloeddorst en wraak. Niet alleen de kleur, maar ook de smaak van de wijn reflecteert dat. Sommelier David omschrijft de wijn als vlezig, bijna bloedig, en zegt dat de bodem in Côte Rôtie rijk is aan ijzeroxide, waardoor ook die een rode kleur heeft. Gustavo’s ware aard toont zich in wat hij drinkt: hij is een roofdier (geworden). Misschien was hij ooit wel écht verfijnd en gevoelig, maar zijn jarenlange strijd binnen het drugskartel heeft hem definitief vervormd tot een moordend monster. Net als de kijker dacht ook Gus zelf even terug te stappen in een luchtiger verleden –  tot hij besefte dat dat nooit meer zou lukken. Het uitdrukkingsloze gezicht waarmee hij de bar verlaat, is daar de bevestiging van.  


Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker? deel 3

In twee eerdere blogs beschreef ik hoe ik in iets meer dan tien dagen mijn eerste eigen wijn had gemaakt. De eerste proeve was niet om over naar huis te schrijven – ‘technisch wijn’, is de beste samenvatting. Maar wijn heeft er baat bij om te rijpen; de aroma’s ontwikkelen zich en vinden een balans, worden verfijnder. Wat eerst nog te hard is wordt zachter, wat nog te flauw is krijgt meer kracht. Dus liet ik een proefflesje ruim vijf weken ongestoord in de koelkast staan. Kinderen hebben misschien veel aandacht nodig om opgevoed te worden, wijn wordt juist volwassener als je hem met rust laat.

En toen was dan het grote moment daar. Tijd voor een eerste serieuze slok. Ik zou de spanning hier nog verder kunnen opbouwen, maar eerlijk gezegd zou dat alleen maar tot een anticlimax leiden. Dus: hij was niet bijzonder lekker. Ook niet uitgesproken vies, godzijdank.

Mijn proefnotities luiden: ‘diep geel van kleur, maar wel helder’. In de neus ‘rijpe banaan, snoepig en licht chemisch’ – en dan niet het fijne soort chemisch. Smaak: ‘rond, zachte zuren, heel licht zoetje, tropisch fruit’. Op zich niet eens verkeerd; maar mijn eindconclusie was toch: ‘wat vlak en uit balans; het zoet overheerst en daardoor weeïg; mist frisheid en strakte’.

Ik heb kortom een wijn gemaakt die doet denken aan witte wijnen uit Zuid-Italië die te veel zon hebben gezien en te weinig liefde. Niet dat ik te weinig liefde heb geschonken aan mijn wijn; hier was het puur het gebrek aan ervaring. En eigenlijk is het resultaat wat dat betreft wel geruststellend. Ik had thuis in een emmer met druivensapconcentraat nooit zomaar een prachtige, verfijnde wijn kunnen maken; dat vereist hele andere omstandigheden, van druif tot expertise en technisch vermogen.

Het is dus vooral interessant om thuis wijn te maken vanwege het proces. Het gaat om de weg, niet om het doel. In dit geval krijg ik er nog een mooi filosofisch inzichtje bij cadeau. Resteert alleen de vraag wat ik in godsnaam met de resterende vijf liter wijn moet doen…

Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker? deel 2

In mijn vorige blog vertelde ik je over de embryonale staat van mijn allereerste wijn. In zeven dagen voltrok zich onder mijn ogen de volledige fermentatie van een paar liter druivensap. Op de zevende dag gaf ik de most een dagje rust (die had God immers ook verdiend toen hij de wereld schiep) maar een dag later was het zover: ik kon een eerste slok proeven!

Had ik hooggespannen verwachtingen? Om eerlijk te zijn niet. Ik was al blij genoeg als het me zou lukken om überhaupt wijn te maken. En precies dát was gelukt, proefde ik. Een slok droog wit, wat waterig en duidelijk op de verkeerde temperatuur (net boven de 20 graden), maar onmiskenbaar wijn. Het was duidelijk dat er iets van zuren in zaten en fruitige aroma’s om nog te ontdekken, maar dat leek me beter om te bewaren tot de volgende stap was gezet: de klaring en rijping van de wijn.

De wijn is klaar om ‘gebotteld’ te worden (‘geboxt’ zou hier toepasselijker zijn)

De most was nu nog een troebel boeltje, een soort appelsap met stukjes erin. Klaring moet ervoor zorgen dat de wijn frisser oogt en ruikt. Daartoe leverde de wijnkit enkele zakjes met poederige stabilisator (sulfieten waarschijnlijk) en twee gelei-achtige klaringsmiddelen (eiwitten die zich met onzuiverheden in de wijn binden en bezinken). Alles ging er zo doorheen en na een keer stevig roeren en nog eens drie dagen wachten, zag de wijn er ook nog eens echt als wijn uit.

Daarop kon ik de wijn overtappen in een bag-in-box systeem (je kent ze wel uit de Franse supermarkt) die vervolgens in een niet al te koele koelkast verdween om nog een paar weekjes te rijpen. Dat zou dan de wijn in balans moeten brengen; de aroma’s kans geven zich te ontwikkelen, de zuren om in de wijn te integreren. De laatste test volgt dus binnenkort.

Wordt vervolgd…

Categories
Kijktip

De eettafel als mijnenveld

Ik loop met tv-series notoir achter de hype aan; bekroonde series waar iedereen de mond vol van heeft, zie ik meestal pas als de kranten er al bijna over uitgeschreven zijn. Zal wel een aangeboren trekje zijn, ik weet het niet, maar zolang mensen me de spoilers besparen, kan ik ermee leven.

Recent keek ik achter elkaar alle drie seizoenen van Succession, de Amerikaanse hit over mediamagnaat Logan Roy en de strijd tussen zijn kinderen over wie hem op zal volgen. De familie Roy wordt verteerd door een zucht naar geld en macht; zelden was er een cynischer stel personages op tv te zien. Zelfs binnen hun eigen wereld (een Amerikaans conservatief mediaconglomeraat) spannen ze in dit opzicht nog de kroon. ‘Eat or be eaten‘ – dat lijkt het motto te zijn.

Dat brengt me op het punt van eten in Succession – dat speelt namelijk een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Enkele van de beste scènes van de hele serie spelen zich rond de eettafel af, en dat is niet voor niets. Hoe de familie zich tot eten verhoudt, zegt bijzonder veel over hoe ze in het leven staan. Een treffend voorbeeld is de scène waarin onuitstaanbare slijmbal Tom, die zich in elke mogelijke bocht wringt om in hoger aanzien te komen, een ortolaan eet. Dit kleine vogeltje wordt levend gefrituurd en vervolgens van snavel tot staart verorberd. Het is dan ook verboden bij wet, maar de Roys voelen zich daar uiteraard boven verheven.

Eten geldt dus louter als een statussymbool; de Roys (de familienaam is niet toevallig het Franse woord voor koning) dineren zoals de adel het in de negentiende eeuw deed. Ze worden in huiselijke setting geserveerd aan een lange tafel, met knipmessen van bedienden die aan de lopende band gerechten serveren en wijn schenken. Maar, symbolisch voor het lege cynisme van het gezin, om veel meer dan de vorm gaat het niet. In de vele scènes rond de eettafel wordt opvallend weinig écht gegeten. Vooral pater familias Logan Roy zien we aan de eettafel meer praten dan eten.

Waar het diner voor de meesten een sociaal gebeuren is dat om verbinding draait, is de eettafel in Succession bij uitstek de plaats waar strijd wordt geleverd. Hier worden ruzies uitgevochten en machtsverhoudingen bepaald. In een wereld waar geld alles is, kun je je niet veroorloven te worden afgeleid door wereldse zaken als voedsel. Wie eet, is kwetsbaar, en zal dus zelf worden opgegeten. Dat is er bij de Roys van begin af aan ingestampt. En dus zitten ze in geestelijk harnas aan tafel, terwijl de kijker tegelijk met de hoop op een goede afloop ook de eetlust verliest.


Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker?

In navolging van mijn onlangs behaalde wijnbrevet, leek het me zinvol om de opgedane kennis over het wijnmaken zelf in de praktijk te brengen. Zo goed als je alleen iets leert over wijn door te proeven, zo leer je alleen iets over vinificatie of wijnbereiding door er een keer met je neus bovenop te hebben gezeten.

Hoe te beginnen? Je rijdt niet even naar Frankrijk of omstreken om daar zelf wijn te gaan maken. Maar het principe van wijn maken is eenvoudig genoeg: je laat druivensap vergisten en rijpen, en voila: je hebt wijn. Dat kan dus prima in huiselijke omgeving en er zijn tegenwoordig steeds meer ‘kits’ te koop waarmee je thuis aan de slag kunt. Ik bestelde er een bij de HEMA (jawel) die mij binnen twee weken heerlijke huisgemaakte wijn beloofde. Over de kwaliteit ervan was ik sceptisch, maar dat het me zou lukken om technisch gezien wijn te maken, daarover twijfelde ik niet.

Begin van het proces: druivensapconcentraat in een emmer

Het pakket liet me een zak met druivensapconcentraat aanvullen met een volledig pak suiker, zes liter water en een eetlepel gist. Waar de druiven vandaan kwamen en om welk ras het ging werd niet vermeld. Witte druiven waren het, dat wel, dus witte wijn zou het worden. Voor sommige mensen is dat genoeg informatie…

De emmer met wijn in wording vertrok voor een week naar mijn kelder. Ik waag me er niet aan om te speculeren of gistcellen verlegen zijn, maar ze doen hun werk in elk geval liefst ongestoord. Ik onderdrukte mijn nieuwsgierigheid dus zoveel mogelijk en checkte hoogstens één keer per dag hoe het ervoor stond. Zachtjes bubbelend voltrok zich zo voor mijn neus het wonder: druivensap werd langzaam wijn!

Wordt vervolgd…