Categories
Leestip

Frank Meester, Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen

Als je je bureau organiseert, kun je nog zo je best doen, maar er blijft altijd een restantje over dat je nergens kwijt kunt. Je kunt ordenen dat het een lieve lust is, maar er is altijd iets dat buiten de bedachte ordening valt. Met deze analogie begint Frank Meester een pleidooi voor inconsequentie. Want wat het bureau betreft, betreft volgens hem ook de wereld en ons leven: het klopt nooit helemaal.

De grootste denkers hebben hun hoofd gebroken over denksystemen en ideale werelden, maar die weten nooit de onvoorspelbare toevalligheid van de werkelijkheid te vatten. Meester ontwikkelt daarom een filosofie die deze onvolledigheid omarmt en vanuit die basis begint met de zoektocht naar antwoorden op de vraag hoe we ons leven zouden moeten leiden.

Dat resulteert in een vermakelijk betoog dat serieuze wetenschappelijke en filosofische inzichten koppelt aan geestige anekdotes. En hoewel de toon luchtig is, is Meester bijzonder zorgvuldig in zijn onderbouwing. Hij vermijdt bovendien koste wat kost het relativistische pad. Zo doordenkt hij op consequente wijze een filosofie van de inconsequentie. Dat we de wereld niet rond kunnen krijgen, betekent zeker niet dat we maar moeten opgeven om het te proberen.

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 1 februari, heb je de kans om met Frank Meester in gesprek te gaan over zijn boek.

Frank Meester, Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen – pleidooi voor inconsequentie. Ten Have.

 

Categories
Het Filosofisch Diner

Eten in de geest van Arendt

Al sinds de eerste dagen van Het Filosofisch Diner voelde ik Hannah Arendt over mijn schouder meegluren. Politiek is volgens deze denkster bottom-up georganiseerd en begint met spreken en daarnaar handelen, in samenkomst met anderen. Zoals bij Het Filosofisch Diner in feite.

Het was dan ook prachtig om te zien hoe vorm en inhoud samenvielen tijdens de eerste editie van Het Filosofisch Diner van dit jaar. Arendt-kenner Veronica Vasterling zette enkele kernbegrippen uit haar repertoire uiteen en legde zo de basis voor een gedachtewisseling over vrijheid, macht, verschillende perspectieven en de staat van de democratie.

Dat aan dat laatste flink wat te verbeteren is, werd door alle aanwezigen beaamd, maar hóe Arendts denken daarin past, was nog een lastige vraag. Populistische rechtse partijen springen in het gat waar burgers de vrijheid missen om deel te nemen in politieke processen. Zo wordt er echter niets opgelost, want inspraak wordt ingeruild voor autoritaire macht.

Hoe organiseer je bottom-up politiek dan wel? Waar begin je met het herstellen van vertrouwen en het kweken van betrokkenheid? Die vragen stonden centraal, maar het was zoeken naar een antwoord. Hoewel ik om eerlijk te zijn vermoed dat Arendt hier goedkeurend zou knikken; het geopende gesprek was al een eerste stap in de goede richting.

Categories
Het Filosofisch Diner

De uitvinding van de Afrikaanse vrouw

In sciencefictionfilms vragen aliens die de aarde bezoeken vaak om de leider van de mensheid te spreken. In vrijwel alle gevallen is deze leider de president van de VS, die al dan niet expliciet, het mandaat heeft om namens de volledige wereld te spreken. We accepteren deze fictie omdat het fictie is.

Maar in het echt maken we in het westen dergelijke foute aannames ook aan de lopende band en wel op zo’n manier, dat de consequenties ervan bijna niet terug te draaien zijn. Op 7 december bespraken we tijdens Het Filosofisch Diner een van die aannames: dat de verhouding tussen man en vrouw in Afrika hetzelfde is als in Europa.

 

Kenner van Afrikaanse filosofie Renate Schepen liet zien hoe politiek in bijvoorbeeld Nigeria traditioneel was georganiseerd in termen van leeftijd en ervaring; aparte woorden voor man en vrouw bestaan in de taal daar niet eens. Ze liet bovendien zien hoe Westerse wetenschappers hun (onbewuste) vooroordelen meebrachten in hun onderzoek naar zo’n cultuur. Het gevolg ervan was dat de Westerse projectie daarvan de werkelijkheid ging vervangen. De Afrikaanse vrouw verdween uit de geschiedenis; zij kon in Europese ogen immers geen rol van belang daarin spelen. De Afrikaanse cultuur werd in de Westerse blik zo fictioneel als een sciencefictionfilm…

De vraag is natuurlijk welke lering je daaruit kunt trekken – los ervan dat het geen kwaad kan om je vooroordelen op te schorten. Er bleek een rol te liggen voor de taal, het loslaten van genderverschillen, maar enige tact met betrekking tot de eigen geschiedenis. Om te emanciperen moeten bestaande verschillen immers eerst erkend worden, voordat ze opgelost kunnen worden – een goede suggestie uit het publiek die me bij bleef, maar die tegelijk ook aantoont hoe lastig het is om diep verankerde denkbeelden te veranderen.

Categories
Het Filosofisch Diner

Wat is wildernis?

Vrijwel geen stukje groen van Nederland is nog ongecultiveerd. Ook de plekken waarvan we graag zeggen dat de natuur er zonder menselijk ingrijpen zijn gang laten gaan, worden eigenlijk minutieus beheerd op basis van vooropgesteld beleid over hoe wilde natuur eruit zou moeten zien. We houden onszelf eigenlijk een beetje voor de gek en het wordt tijd om daar eens mee op te houden.

Dat is de kern van waar het tijdens Het Filosofisch Diner op 2 november over ging. Botanisch filosoof Norbert Peeters ontmaskerde de liefhebber van de woeste natuur als een romantische idealist die de mens het liefst geheel wegcijfert uit de natuur – denk aan de vele prachtige natuurdocumentaires die er zijn, waarin nooit een menselijke hand te zien is, terwijl die toch zeer aanwezig is. Dus stelde hij de vraag: wat is nou een zinnig begrip van het woord ‘wildernis’?

Voer voor een goed gesprek over hoe de mens binnen de natuur staat en de vele, vele associaties die het wilde oproept tot de vraag of semantische haarkloverij onze relatie met de rest van de natuur überhaupt een stap verder helpt.

Typisch een avond die met meer vragen eindigt dan waar hij begon, maar die wel werd afgerond met een weelderige brownie, gedecoreerd met bloemen, en een ronduit wild stuk spoken word van woordkunstenaar Ike Krijnen, waarin het meest waanzinnige wild werd voorgeschoteld. Dan ogen de taferelen die David Attenborough becommentarieerd ineens een stuk lieflijker.

Categories
Leestip

Norbert Peeters – Wildernis-vernis

Wat houdt het begrip ‘wildernis’ tegenwoordig nog in? Zeker in een land als Nederland is iets als ongerepte natuur ver te zoeken. We leven in een door en door gecultiveerd landschap, ook op plekken waarvan we denken dat die wel wild zijn, stelt botanisch filosoof Norbert Peeters in een essay dat hij hieraan wijdde.

Via een korte geschiedenis van de tuinkunst laat hij zien hoe onze huidige kijk op het wilde sterk is gevormd door een romantische blik op de natuur zoals die zich van de late achttiende eeuw heeft ontwikkeld. Daarin zit een herwaardering voor de wilde natuur; die moet niet meer beheerst worden, maar omarmd. In de aanleg van tuinen en parken toont zich echter nog altijd een sterke drang om te bepalen hoe wild eruit ziet. De mens als scheppende kracht van het wilde is in feite nog altijd heer en meester over de hem omringende natuur.

Dat dit doorwerkt tot in het heden laat Peeters treffend zien aan de hand van hoe het Amsterdamse Vondelpark tegenwoordig beheerd wordt. Er zijn twee weides ingericht als zones die worden herwilderd. De mens is er niet meer welkom, de natuur mag er zijn gang gaan, zo luidt de visie. Toch weet Peeters binnen de kortste keren ook hierin een sterke menselijke hand te herkennen.

Dat roept de vraag op of het niet eens tijd wordt om de verhouding tussen mens en natuur te herzien. Als we de mens buiten de natuur blijven zien staan, zullen we nooit tot een goede verstandhouding met onze omgeving komen; maar waarschijnlijk is ons gedrag een resultaat van de wetenschap dat de overige natuur prima zonder de mens kan. Als we verdwijnen, zijn we zo weer vergeten…

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 2 november, heb je de kans om met Norbert Peeters in gesprek te gaan over zijn boek.

Norbert Peeters, Wildernis-vernis – Een filosoof in het Vondelpark. Noordboek.

 

Categories
Leestip

Annelien de Dijn – Vrijheid

Als er iets is wat volgens velen sinds de uitbraak van Covid19 op het spel heeft gestaan, dan is het wel onze vrijheid. Wat die vrijheid inhoudt, werd meestal niet erg duidelijk, maar dat hij belangrijk was, stond buiten kijf. Iets verdedigen waarvan je niet kunt zeggen wat het is, erg sterk…

Gelukkig is hoogleraar Annelien de Dijn deze wappies te hulp geschoten met een boek dat het begrip vrijheid uitputtend behandeld. Beperkt tot de context van de Europese geschiedenis, maar dat zijn nog altijd bijna drie millennia om over te verhalen en daarmee een aanzienlijke opgave – die ze overigens ijzersterk heeft uitgeveoerd.

De Dijns antwoord op de vraag wat vrijheid is, zal de wappies minder bevallen. Ons huidige beeld van het concept staat haaks op hoe het in vele honderden jaren daarvoor gezien werd. Ze toont aan dat vrijheid vanaf de klassieke oudheid met name betrekking had op de vrije organisatie van en deelname aan politiek bestuur – het uitgangspunt van de democratie zoals die sinds de eerste Griekse stadstaten bestaat. Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw echter is vrijheid in groeiende mate als het tegenovergestelde daarvan gedefinieerd: bescherming tegen de macht van de overheid.

Dat laatste beeld is inmiddels zo sterk geworteld in ons denken, dat velen de democratie en de overheid als een inbreuk op de vrijheid zijn gaan ervaren. De Nederlandse regering is daar een treffend voorbeeld van: vier kabinetten Rutte zijn vooral bezig geweest met het terugtrekken van de overheid uit het leven van de burger, zodat die zich ‘in vrijheid’ kan ontplooien.

De Dijns boek is daarmee niet alleen een hele interessante geschiedenis van een belangrijk politiek idee, maar ook een waarschuwing: laten we ons nog eens goed beraden op wat we bedoelen, wanneer we het over vrijheid hebben.

Annelien de Dijn, Vrijheid – Een woelige geschiedenis. Alfabet Uitgevers.

 

Categories
Het Filosofisch Diner

Surfen met Sartre

Maakt het existentialisme een voorzichtige comeback? We kauwden op die vraag tijdens een Filosofisch Diner waarin het denken van Sartre centraal stond. De Franse denker werd vanaf de jaren zestig afgeserveerd door postmoderne denkers, die vonden dat hij de mens teveel op een voetstuk plaatste, zo vertelde Sartre-kenner Simon Gusman. Dat terwijl het existentialisme juist tegenwoordig verhelderende inzichten kan bieden in hoe we ons verhouden tot de wereld.

Ons leven is tegenwoordig immers vergeven van keuzemogelijkheden. Het internet schotelt ons op dagelijkse basis een keuzemenu voor, waar we twintig jaar geleden alleen maar van hadden kunnen dromen. Dat zou leiden tot vervreemding; het gevoel je zelf te verliezen in een zee van opties. Juist op dit punt kunnen we volgens Gusman bij Sartre te rade gaan, want keuzevrijheid is een van de pijlers waarop zijn filosofie rust.

Gusmans pleidooi toonde aan dat het overgrote deel van de keuzes die je online hebt, triviaal zijn en in het niet vallen bij het grotere project van het vormen van een identiteit. Wie je bent, wordt niet bepaald door welke kleding je koopt, op welke advertenties je klikt en welke likes je uitdeelt. Precies andersom: binnen het overkoepelende project van jouw zelf, passen dergelijke keuzes.

Een geruststelling? Niet voor alle deelnemers; want algoritmes sorteren toch immers voor op keuzes? Ze bepalen wie je bent, op basis van wat je eerder koos en sturen je daarmee verder in een bepaalde richting, ongeacht of dat past bij wie je wilt zijn of bent. Lastig vaarwater, waarin de postmodernisten toch weer het hoofd om de hoek steken. Het existentialisme is bijzonder interessant, maar erg vatbaar voor kritiek.

Categories
Leestip

Simon Gusman – Diep van buiten

Is het existentialisme nog relevant? Heeft het ons nog iets te zeggen over wie we zijn en hoe we handelen? In de populaire cultuur is de Franse filosofische stroming ten prooi gevallen aan clichématige (maar toch wel geestige) representaties. Sombere intellectuelen die in Godard-achtige zwart-witbeelden de zinloosheid van het leven bespreken, cognacsippend en pijprokend in een Parijs café.

Maar zo gedateerd is het existentialisme niet, laat filosoof Simon Gusman zien in een boek over het denken van de grondlegger van de stroming, Sartre. Sterker nog, betoogt hij, we hebben juist weer behoefte aan een filosofie waarin de mens en zijn identiteit centraal staan. Niet omdat het universum om, de mens draait, maar juist omdat de mens op die manier zijn plek erin kan vinden.

Gusman duikt in de grondslagen van Sartres denken en laat zien hoe deze denker op klassieke systematische wijze een filosofie optuigde die afrekende met voorgaande denkers maar te antropocentrisch werd bevonden door zijn navolgers. Sartre wilde de mens niet reduceren tot een essentie, een onafhankelijk van het lichaam bestaand ‘ik’, maar tevens bewijzen dat het ontbreken hiervan de mens niet tot een onvrij construct van zijn omgeving maakte.

Geholpen door de fenomenologie liet Sartre zien: het bestaan gaat vooraf aan de betekenis ervan. In eerste instantie zijn we, daarop volgt pas de zin van ons bestaan. Die is dus niet vooraf gegeven, maar laat zich door ons vormen in hoe we ons tot de wereld verhouden en de keuzes die we maken.

Ten opzichte van Sartres tijd zijn onze keuzemogelijkheden danig toegenomen. In een tijdperk waar keuzestress hoogtij viert en er een voortdurend appèl gedaan wordt op mensen om de beste versie van zichzelf te worden, kunnen we volgens Gusman dus nog best wat leren van Sartre – hoe en waarom maak ik keuzes en welke gevolgen heeft dat voor wie ik ben? Toch maar weer het driedelige pak aan en in de kroeg gaan reflecteren op die vragen dus.

Simon Gusman, Diep van buiten – De mens volgens Sartre. Boom.

 

Categories
Het Filosofisch Diner

De mythe van de vrije wil

Een van de belangrijkste taken van de filosofie is om aannames te bevragen. Waarom beschouwen we sommige als vanzelfsprekend, en klopt dat wel? Een goed voorbeeld hiervan is de vrije wil. Binnen de academische filosofie een notoir lastig onderwerp, maar over het algemeen twijfelen we er niet aan ons handelen wordt bepaald door keuzes die we zélf maken.

De geldigheid van die aanname stond ter discussie tijdens het eerste Filosofische Diner van deze herfst. Jurriën Hamer, die naast filosoof ook jurist is, hield een vurig pleidooi tegen de vrije wil. Niet omdat hij dacht dat we volledig gedetermineerd zijn; wel omdat hij meent dat het idee van een vrije wil ongelijkheid en onrechtvaardigheid met zich meebrengt. Als we uiteindelijk altijd volledig zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen, moeten we ook altijd zelf de consequenties dragen. Zo wordt ook geluk een keuze – terwijl we heel goed weten dat dat niet klopt.

Voor veel aanwezigen was het duidelijk een bittere pil om te slikken – het idee dat de controle over je eigen handelen maar zeer beperkt is, is niet fijn en staat heel ver van hoe we ons dagelijks leven ervaren. Maar volgens Jurriën is een nieuw blik op de wil nodig om radicale maatschappelijke en politieke veranderingen tot stand te brengen, die voor een rechtvaardiger samenleving zorgen. Een eerlijker verdeling van welvaart en een nieuwe penitentiair systeem gericht op reïntegratie in plaats van straf – hier komt de jurist naar boven.

De belangrijkste vraag was wel: is zo’n complexe filosofische vraag wel het juiste startpunt voor een maatschappelijke omslag? Wie wil er nog veranderen nadat hij heeft gehoord dat de vrije wil toch niet bestaat? Een goede suggestie in een andere richting sloot de avond af: moeten we om van het ‘willen’ af te komen, niet ook van het woordje ‘ik’ af?

Categories
Kijktip Wijntip

Bloedige wijn voor een koelbloedige schurk

Better Call Saul is een van de beste series die ooit gemaakt zijn. Niet alleen vanwege de geweldige scenario’s, onverwachte plotwendingen en een hele goede cast, maar juist ook vanwege de aandacht voor detail, nuance en een treffende symboliek die de hele serie door alleen maar sterker worden. Personages die we uit de originele serie Breaking Bad al kenden, worden in Better Call Saul uitgediept, krijgen meer vlees om de botten en worden soms in een heel nieuw licht gesteld.

Een prachtig voorbeeld is de scène waarin Gustavo Fring een glas wijn drinkt in een bar (dat spreekt mij natuurlijk aan). De kijker kent hem als een meedogenloze crimineel die koel en berekenend zijn drugsrijk opbouwt, gedreven door het verlies van zijn geliefde Max, die door de chef van het Mexicaanse drugskartel is vermoord. In deze scène krijgen we een zeldzaam inkijkje in zijn gevoeliger kant; schuilt er misschien toch iets goeds in deze man?

Gus neemt plaats in een luxe wijnbar, waar hij duidelijk al vaker is geweest: de sommelier begroet hem hartelijk en de twee raken in gesprek over wijn. David, de sommelier, schenkt Gus een glas in van een zeer exclusieve Côte Rôtie, ‘La Landonne’ van wereldberoemde wijnmaker René Rostaing en vertelt hem over zijn persoonlijke ervaringen in die streek. Gus ontspant en luistert met plezier, niet alleen omdat hij van de wijn geniet, maar ook van zijn gezelschap. 

Hij geeft zich zelfs bloot, door te bekennen dat hij na een eerder gesprek met David een bijzonder goed jaar van dezelfde wijn te hebben gekocht. Die bewaart hij tot een speciale gelegenheid om de wijn met iemand te kunnen drinken – hopelijk met David, lees je in zijn gezicht. Maar zodra de kans zich voordoet, maakt Gus zich uit de voeten. We zien zijn gezicht verstrakken en het plezier verdwijnen; de schurk maakt zich weer meester van de levensgenieter.

In vier minuten wordt een intrigerend portret neergezet. Bij Gus Fring is elegantie en verfijnde smaakt deel van het personage dat hij bewust speelt, om zijn illegale activiteiten voor de buitenwereld te verhullen. Aan de bar menen we echter een glimp op te vangen van de echte Gus, die als alle mensen hunkert naar liefde. Kwetsbaar, maar ook vervuld van plezier.

Hoewel acteur Giancarlo Esposito zijn rol briljant speelt, ligt er in deze scène een belangrijke rol voor de wijn. Die staat symbool voor wat Gus Fring drijft: bloeddorst en wraak. Niet alleen de kleur, maar ook de smaak van de wijn reflecteert dat. Sommelier David omschrijft de wijn als vlezig, bijna bloedig, en zegt dat de bodem in Côte Rôtie rijk is aan ijzeroxide, waardoor ook die een rode kleur heeft. Gustavo’s ware aard toont zich in wat hij drinkt: hij is een roofdier (geworden). Misschien was hij ooit wel écht verfijnd en gevoelig, maar zijn jarenlange strijd binnen het drugskartel heeft hem definitief vervormd tot een moordend monster. Net als de kijker dacht ook Gus zelf even terug te stappen in een luchtiger verleden –  tot hij besefte dat dat nooit meer zou lukken. Het uitdrukkingsloze gezicht waarmee hij de bar verlaat, is daar de bevestiging van.