Categories
Column Het Filosofisch Diner

De kunstenaar en de kok

‘Ben jij een kunstenaar?’ is eigenlijk een beetje dezelfde vraag als ‘ben jij een kok?’ Je zult misschien geneigd zijn er terughoudend op te antwoorden: ik kan helemaal niet schilderen/musiceren/dansen, of: ik kan dat wel, maar puur uit liefhebberij, ik ben geen prof. Maar dat gaat voorbij aan wat de essentie is van kunstenaarschap: de kracht om iets te verbeelden. Dat kunnen we allemaal, maar we zijn geneigd om die vaardigheid alleen toe te schrijven aan wie daar betaald voor krijgt (of: gesubsidieerd wordt). 

Geldt dat niet ook voor de kok? Die beschouwen we als een tovenaar met eten, die door mysterieuze bereidingen fantastische smaaksensaties teweeg kan brengen. Maar ook hier geldt: wat de kok écht kok maakt, is zijn/haar/hun vermogen om te proeven. Een tong en een neus, dat heb je in feite nodig om kok te zijn. Handen om een pan mee vast te houden, vooruit, maar daarmee wijken we al van de kern af.

We leven in een samenleving van specialismen. Ieder zijn eigen vakgebied en daarbuiten kun je je beter niet begeven. Daardoor vergeten we dat we op bepaalde vlakken eigenschappen delen, die ons bepalen als mens. Verbeeldingskracht, smaaksensatie. Iedereen kan kunstenaar of kok zijn. Wat niet betekent dat iedereen het hoeft te worden – dat zou juist een hardnekkige bestendiging betekenen van het denken in specialisaties. Het betekent vooral dat je open kunt staan voor de wereld om je heen, je kunt laten verrassen door het onverwachte. En misschien dat je met vernieuwde durf de keuken in gaat om een goede maaltijd te bereiden.

Het Filosofisch Diner: Het is aan ons
Datum: 30 juni
Café MidWest, Cabralstraat 1
Inloop: 18:00u; aanvang: 19:00u
Regulier €35,- | Student €24,50

Categories
Column

Vrijheid op een verregend terras

Draagt het aan je vrijheid bij om op een terras te mogen zitten? Intuïtief zeg je hierop waarschijnlijk ‘ja’. Iets wel mogen tegenover iets niet mogen, dat is dan de afweging. Maar de keuze voor het woord ‘mogen’ geeft al heel veel weg over hoe je dan over vrijheid denkt.

Wat wel en niet mag, is van hogerhand opgelegd. Maar het zegt niets over wat er kan. We mogen sinds een week weer op het terras zitten. Maar voor die tijd konden we al heel goed buiten gaan zitten met een hapje en een drankje. Bovendien mogen in de gemiddelde dictatuur mensen ook best op een terras zitten. Maar zijn die mensen vrij als ze op dat terras niet kunnen praten over hun politieke opvattingen?

De vrijheidsopvatting in Nederland wordt tegenwoordig tegenwoordig bepaald door consumptie, zo is het afgelopen jaar heel sterk gebleken. Hoe vrij we ons voelen, wordt in grote mate bepaald door wat we kunnen consumeren. Dat is een hele materiële opvatting van vrijheid. Vrij zijn betekent je geld kunnen uitgeven aan wat je wilt, wanneer je dat wilt. Winkelen als je daar zin in hebt, en aansluitend op een terras hangen met bier en bitterballen.

Het is bovendien een hele meetbare vorm van vrijheid, is gebleken. Naarmate je minder mag consumeren (niet kunt, overigens, maar daar kom ik zo op terug) ben je ook minder vrij. Hoe vrij je bent, is dus de optelsom van het marktaanbod. De derde component is dat het een heel individualistische opvatting is van vrijheid. Hoe vrij je je voelt draait dus ook om jouw verlangens op een specifiek moment. Dat verklaart waarom men zich bijzonder onvrij voelde tijdens de sluiting van de horeca en winkels, terwijl er online nog meer dan genoeg te consumeren viel (wat bovendien werd gedaan). Een directe behoeftebevrediging is dus nodig om werkelijk vrij te zijn.

De vraag is nu of dat een wenselijke vorm van vrijheid is. Is dat de vrijheid die we op een dag als vandaag willen vieren? In het voorgaande heb ik met geen woord gerept over onze geestelijke vermogens, over onze gedachten. Over onze verlangens op de lange termijn, onze doelen in het leven. Over wie we willen en kunnen zijn, over hoe we dat waarmaken. Allemaal zaken waarvan ik vermoed dat ze voor een degelijk begrip van vrijheid toch een stuk meer van belang zijn, dan de vraag of we wel op niet op een terrasje mogen zitten. In de regen.

Categories
Column

Armoede & rechtvaardigheid

Is armoede onrechtvaardig? Klinkt als een open deur. Natuurlijk is het onrechtvaardig als er mensen in armoede leven. Met het volmondige ‘ja’ als antwoord op die vraag, is echter nog niet gezegd voor wie dat onrechtvaardig is. Voor wie zelf arm is, of voor wie dat juist niet is. In Nederland (en grotere delen van West-Europa en Noord-Amerika) lijken we in steeds sterkere mate de tweede visie te onderschrijven.

Lees dit stuk maar, dat vorige week in de Volkskrant stond. Daarin wordt duidelijk dat de overheid niet schroomt om zware middelen in te zetten in de strijd tegen uitkeringsfraude. Wie ervan wordt verdacht meer van de staat te hebben gekregen dan waar hij/zij/hen recht op heeft, kan aan een onderzoek worden onderworpen waarin erg weinig privé blijft. Dat gaat van rondsnuffelen door alle beschikbare digitale gegevens tot aan de observatie van dagelijkse handelingen (ook wel bekend als spionage).

Dat biedt de staat veel kansen om een flinke bewijslast op te bouwen, zelfs als die anekdotisch of suggestief van aard is. Dat laatste is echter geen probleem, want in tegenstelling tot de gebruikelijke gang van zaken in ons rechtssysteem, is de verdachte van uitkeringsfraude schuldig tot het tegendeel bewezen wordt. Die taak is aan de verdachte zelf overigens, die pas rechtshulp kan krijgen als de zaak daadwerkelijk voor de rechter komt.

Als we de vraag of dit moreel gezien door de beugel kan (met enige moeite) achterwege laten, dan kunnen we terug naar de vraag die ik aan het begin stelde. Voor wie is armoede onrechtvaardig?

In Nederland is een groot en op papier goed verzorgd vangnet voor mensen die om welke reden dan ook geen werk hebben. De staat heeft de taak op zich genomen om hen te steunen. Dat vangnet heeft echter maar één doel en de naam van de Participatiewet geeft dat al weg: een uitkering krijg je alleen om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. Om deel te nemen en bij te dragen aan de economie. Want wie arm is, kan geen geld uitgeven en daar heeft de economie niets aan. Wie arm is, is een last op de schouders van de rijken. Armoede is dus onrechtvaardig – voor wie wél hard werkt en zijn geld zelf verdient.

Categories
Column

Liefde op het tweede gezicht

Het verhaal achter het Friend with Whatever-Fits Experiment – door Wing-Yan Man

We ontmoetten elkaar op een koude winterdag in 2019. We zagen elkaar zo nu en dan via een gemeenschappelijke vriend, in de lente, in de zomer, tijdens avonden waarop we iets te diep in het glaasje keken. Maar er gebeurde niets en er ging een jaar voorbij waarin we elkaar vrijwel niet zagen. Hoewel we gelijk wisten dat we niet romantisch in elkaar geïnteresseerd waren, werden we niet meteen vrienden en bleef de communicatie beperkt tot online contact. Maar na twee jaar vonden we elkaar dan toch! En nu organiseren we samen evenementen om onbekenden elkaar op een leuke, innovatieve manier online te laten ontmoeten.

Een blik op het aanbod aan dating apps maakt duidelijk dat er een sterk verlangen is onder ons, de vruchtbare millennials, om een ander te vinden, terwijl de cijfers laten zien dat we vaker dan voorheen alleenstaand zijn. We leven snel en gunnen onszelf weinig tijd om verder te kijken dan de eerste indruk, omdat we ons steeds maar afvragen of er niet ergens een betere match te vinden is. En hoe maak je überhaupt nieuwe (romantische) vriendschappen, nu we bijna geen gemeenschappelijke ruimtes meer gebruiken, zoals universiteit of kantoor? Kan het logaritme van Tinder jou verrassen? En denk je echt dat je je persoonlijkheid via tien regels chat kunt laten doorschemeren?

Relaties zijn niet beperkt tot de romantische soort en ze gaan ook niet altijd met vuurwerk van start. Als je zoveel nadruk legt op het vinden van die ‘ene’, ga je volgens ons aan andere mooie relaties, zoals vriendschappen, voorbij en besteed je er geen tijd meer aan om die te laten groeien. Als de sociale dieren die wij zijn, worstelen we er ook mee dat we niet meer spontaan nieuwe mensen tegenkomen, die ons een fris inzicht in het leven geven. Het belangrijkste doel van ons beider bedrijven is om een omgeving te scheppen voor onverwachte ontmoetingen tussen interessante mensen. Omdat we op dit moment geen fysieke shows of diners kunnen organiseren, zijn we onze vaardigheden online in gaan zetten.

Niemand zit nog te wachten op een saaie conference call, waar iemand op zijn luidruchtige buren zit af te geven terwijl de rest door z’n social media scrollt, zit te appen of video’s kijkt. Met onze Friends With Whatever-Fits hebben we een interactieve manier bedacht om je tijdens ‘dates’ te matchen en een andere kant van jezelf te laten zien. We geven je de tijd om elkaar echt te leren kennen in combinatie met een vorm van vermaak zoals je die niet eerder zag. En in plaats van de ware liefde vind je precies wat bij jou past: een momenteel-ware jakob, een Friend-With-Benefits, iemand om je liefde voor alpaca’s mee te delen, of simpelweg een vriend. En alsof anderhalf uur gezamenlijke gezelligheid nog niet genoeg is, delen we gratis wijn of koffie uit als je je liefde op het tweede gezicht op een echte date wil meenemen!

De volgende editie, op donderdag 25 maart, 20:00 – 21:30 (Zoom), is voor single en Engels sprekende hetero jongetjes en meisjes tussen de 25 en 35 uit Amsterdam en omgeving. Bestel je kaarten voor €10 via friendsexperiment.eventbrite.nl. Wij, Wing (3310 – School for Millennials) en Casper (Vuurwerk) hopen je snel te zien!

Categories
Column

Carnaval

Een jaar geleden begon rond carnaval het coronavirus in Nederland. Maar nee, dat klopt eigenlijk niet. Met Corona begon vorig jaar het viruscarnaval in Nederland. Plotseling kwam alles op zijn kop te staan. De hele maatschappij draaide 180 graden en sindsdien leven we in een soort omgekeerde Groundhog Day.

Ook de politiek heeft een ongekende draai gemaakt. Wat geweldig, denk je! De politieke cultuur in ons land was tenslotte niet om over naar huis te schrijven, maar men is tot inzicht gekomen. Yes! Maar niets is minder waar. Ken je het beeld van de slang die in zijn eigen staart bijt?

Rutte en de zijnen hebben (door de oppositie niet noemenswaardig tegengewerkt) in de afgelopen tien jaar een cultuur gecreëerd die kort gezegd bijzonder utilitaristisch te noemen valt. De grootste hoeveelheid geluk voor de grootste hoeveelheid mensen. De natte droom van elke klassieke liberaal, elegant en simpel. Bovendien fijn dat we in Nederland een handvol miljonairs en miljardairs hebben. Die compenseren ruimschoots voor alle ongelukkigen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen.

Het is frappant dat juist die politieke visie (laat Mark het woord niet horen!) nu door de regering verlaten wordt ten gunste van een principiëler beleid, dat zich beroept op nobele zaken als verbinding, veerkracht, en solidariteit. Dat zou mij werkelijk tot tranen toe roeren, ware het niet dat juist in crisistijd een gezonde dosis pragmatisme en jawel, ook een flinke hoeveelheid utilitarisme een slagvaardiger manier vormen om je door de crisis heen te slaan (zodat we daarna echt eens werk kunnen maken van eerdergenoemde principes).

Maar helaas heeft de Nederlandse politiek met groot succes een moerassige polder van bureaucratische ellende aangelegd waar ze nu zelf hopeloos in verzandt. De overheid is uitgekleed ten faveure van de vrije markt. Nu het tijd is dat ze zelf weer achter het stuur stapt, blijkt dat ze niet meer weet hoe ze moet rijden.

Het carnaval duurt al een jaar. En ik heb al nooit iets met carnaval gehad…