Categories
Eettip

Vleesloze vlezigheid

In het kielzog van dry january, waar ik laatst een pleidooi tegen schreef, maakt veganuary eveneens een bescheiden opmars. In het algemeen zou je kunnen constateren dat januari uitgroeit tot de maand waarin we alles laten staan – vlees, alcohol, de auto, de telefoon, sociale media – maar daar gaat het me nu niet om. Dat merken we over tien jaar wel weer.

Interessanter vind ik de uitdaging om in januari geen plantaardige producten te eten. Dry january draait in mijn optiek om het nogal obsessieve afzweren van iets wat als slecht wordt gezien. Een plantaardige januari is nochtans een stuk affirmatiever. Het gaat om het omarmen van een nieuw dieet, waarin dierlijke producten geen rol spelen. Bovendien: een paar glazen alcohol per week doet weinig kwaad; maar de consumptie van vlees in onderdeel van complex netwerk van problemen, waarin klimaat, dierenrechten en politieke en economische machtsverhoudingen allemaal een rol spelen.

En als de grote wereldproblemen even achter ons laten, kunnen we ook nog een kijkje nemen in de praktijk van een dry january of veganuary. Om het allemaal wat tastbaarder te maken. Wie in dry january iets wil drinken, vervalt al na een week in wanhoop of complete verveling. Goede alcoholvervangers of -alternatieven zijn namelijk dun gezaaid, zeker als het wijn betreft – beter gezegd: alcoholvrije wijn bestaat niet. Marketingbureaus laten het je graag geloven, maar trap er niet in. Wijn bevat alcohol. Alles hetzelfde pretendeert te zijn, maar dan onder de 1%, is druivensap.

Vlees daarentegen laat zich bijzonder goed vervangen door ingrediënten die een vergelijkbare structuur, smaak of aroma hebben. Dan heb ik het niet over de plantaardige burgers en vega rookworsten die bij Albert Heijn in het schap liggen. Nee, dan heb ik het over wat je zelf in de keuken kunt produceren met de juiste ingrediënten en enige handigheid.

Een vegetarische variant van bolognese bijvoorbeeld, gemaakt met fijngehakte paddenstoelen en linzen, het geheel op precies dezelfde manier bereid als het vlezige origineel. Niet van echt te onderscheiden? Lastige vraag… maar wel zeer vergelijkbaar en, belangrijker: net zo bevredigend. Kom daar maar aan met je alcoholvrije wijn.

Categories
Leestip

Christine Otten, De laatste dichters

In 2004 publiceerde Christine Otten een roman over de Last Poets, de befaamde groep dichters die eind jaren zestig naam maakte als een belangrijke kunstzinnige stem van de Civil Rights Movement. Het is een gefictionaliseerde verzameling verhalen, gebaseerd op uitgebreid onderzoek en gesprekken met sleutelfiguren in en om de groep, die dwars door de tijd springt, van de vroege jaren vijftig tot de maanden kort na 9/11, toen Otten het boek schreef.

En hoewel er sindsdien twintig jaar verstreken zijn, is het boek geen dag verouderd. Sterker nog, in het licht van BLM-beweging lijkt het nu alleen maar aan relevantie te hebben gewonnen. Des te meer omdat het boek toont hoe lang de strijd voor gelijke rechten al duurt en hoe zwaar die is geweest. Hoe individuele belangen, verschillende politieke visies en persoonlijk leed in de weg hebben gestaan van de gedroomde revolutie.

Vrolijk is het boek dus niet. Meeslepend en sfeervol wel. Ottens stijl sluit nauw aan bij die van de Last Poets; ze vertelt beeldend, rauw en met sterk gevoel voor vertraging en versnelling. Daarmee vallen vorm en inhoud sterk samen. Dat kan soms verwarrend zijn, maar dit boek is duidelijk niet bedoeld om helderheid te scheppen. Het leest juist precies als dat wat het is: herinneringen van een grote groep mensen, gekleurd en gefragmenteerd, maar als geheel een prachtig en kleurrijk mozaïek.

Christine Otten, De laatste dichters. Atlas Contact.

 

Categories
Eettip Het Filosofisch Diner

Kosmische salade

Omdat de regering de avond heeft afgeschaft, is Het Filosofisch Diner voorlopig een lunch. Dus kwam afgelopen zondagmiddag een groep geïnteresseerden bij elkaar om te filosoferen over de rol van de evolutietheorie in de filosofie. Pouwel Slurink, wiens boek Aap zoekt zin ik vorige week besprak, zette in razend tempo uiteen hoe een denken ‘vanuit’ (in plaats van ‘over’) de evolutietheorie een groot deel van onze vragen naar de zin van ons bestaan bevredigend en degelijk kan beantwoorden.

Knap lastige materie, maar in een levendig gesprek vielen de puzzelstukjes langzaam op hun plek. Enerzijds noopt de evolutie tot bescheidenheid – want we denken als zelfbewuste apen graag dat we méér zijn dan vissen of insecten, maar in feite is onze totstandkoming een net zo groot toeval als het bestaan van andere diersoorten. Alleen zijn wij ons er iets bewuster van.

Anderzijds betekent ons bestaan als keten in een evolutionair proces niet dat het zinloos is. Want zingeving is iets wat we ervaren wanneer het project van ons eigen leven in overeenstemming is met de belangen van de groep waartoe we behoren. Deel van onze natuurlijke drang om onze genen door te geven. De angst dat een meer natuurwetenschappelijke inkadering van de filosofie leidt tot de conclusie dat niets ertoe doet, is dus ongegrond.

Wat eet je bij zulke grote vragen? Een goedgevulde salade natuurlijk, die precies de elegantie en complexiteit van de evolutietheorie illustreert. Met veel ingrediënten (aubergine, boerenkool, pompoen, pastinaak, spinazie, paprika, tomaat, ui, maar ook verschillende granen, noten en geitenkaas), zodat je denkt: hoe kan dat iets worden? Maar als het resultaat bekijkt (en proeft), blijkt dat dat het wérkt; de som is groter dan zijn losse delen, er is iets ontstaan wat er eerder nog niet was.

Categories
Leestip

Pouwel Slurink, Aap zoekt zin

Zoals er veel filosofen zijn die graag een scherp onderscheid maken tussen de wijsbegeerte en andere (exacte) wetenschappen, zijn er ook enkelen die juist het verschil liever zien verdwijnen. Pouwel Slurink is er daar een van. In zijn boek Aap zoekt zin stelt hij dat filosofen (en maatschappij- en geesteswetenschappers in bredere zin) de evolutietheorie graag accepteren als theoretisch model, maar geen oog hebben voor fundamenteel verklarende waarde ervan.

Een sterkere integratie van de biologie en filosofie kan echter behoorlijk veel van onze levensvragen (waarom bestaan we? wat is goed en kwaad? wat is het verschil tussen natuur en cultuur?) inkaderen en er zelfs een antwoord op geven. Niet dat daarmee onze zoektocht naar wie we zijn en wat we willen voor eens en voor altijd is beantwoord; dergelijke vragen zullen we altijd blijven stellen als resultaat van een evolutionair proces dat ons onder meer van een zelfbewustzijn heeft voorzien.

Dergelijke benaderingen raken meer in zwang en proberen filosofische gedachten een stevig fundament in de werkelijkheid te geven, maar ook die lastige scheiding tussen subject en object, mens en natuur, die door de Westerse filosofie zo innig wordt omarmd, op te heffen. Met wisselende mate van succes, overigens; Harari scoort er wereldhits mee, maar de Nederlandse filosoof Wouter Oudemans gaf zich in zijn vorig jaar verschenen boek Moeder natuur over aan een wat al te cynisch, reductionistisch en eurocentrisch wereldbeeld (in de strijd om te overleven is het gerechtvaardigd om de eigen cultuur te beschermen tegen andere culturen).

Slurink bewandelt een tussenweg. Hij verklaart eerder dan dat hij normen stelt en als je wordt overvallen door een vlaag van cynisme of een sterk gevoel van nietigheid, dan helpt zijn nuchtere en luchtige toon je daar wel doorheen.

Tijdens de eerstvolgende Filosofische Matinee op 12 december heb je de kans om met Pouwel Slurink in gesprek te gaan over zijn boek.

Pouwel Slurink, Aap zoekt zin. ISVW Uitgevers.

 

Categories
Het Filosofisch Diner

Als dat vriendschap is…

Wat is vriendschap? Het is frappant dat deze klassieke en oeroude vraag blijft prikkelen; dat is waarschijnlijk mede omdat we een bevredigend of in elk geval sluitend antwoord nooit zullen vinden. Desondanks blijven we de vraag vol goede moed en hoop op nieuwe inzichten stellen.

Dat blijkt wel uit Het Filosofisch Diner van november dat aan deze vraag was gewijd. Het was de best bezochte editie ooit (!), hoewel niet alleen het thema, maar ook de spreker aan de hoge opkomst zal hebben bijgedragen. Paul van Tongeren, sinds een half jaar bekroond met de titel Denker des Vaderlands, publiceerde onlangs een boek over vriendschap en was bereid een poging te doen om dat tijdens Het Filosofisch Diner kort te reproduceren.

Van Tongeren liet zich gidsen door twee filosofen op wiens gebied hij een expert is – Aristoteles en Nietzsche – aangevuld met anderen uit de geschiedenis van de westerse filosofie die hun duit in het zakje van de vriendschap hadden gedaan. Heel in het kort (en dan doe ik zijn verhaal toch wat geweld aan) bevatte zijn pleidooi een waarschuwing en een aanmoediging: wees voorzichtig om niet te veel te denken over vriendschap, want daarmee riskeer je dat je een ideaal schept van de ware vriend, die nooit in werkelijkheid kan bestaan; maar laat dat er er niet van weerhouden om toch over vriendschap na te denken, want dat denken ontstaat vanzelf.

Die boodschap was lastiger te verteren dan de heerlijke maaltijd die vervolgens op tafel kwam, want wij hunkeren nou eenmaal naar antwoorden – naar weten in plaats van denken. De zoektocht werd bijna tastbaar, er hing iets ongrijpbaars in de lucht. Hoe kan dat nog worden gevangen of verwerkt?

Gelukkig was daar de nieuwe huis-singer-songrapper Benjamin Fro, die met een paar liedjes geschreven over, voor en met zijn eigen vrienden het thema in geluid en woord wist te belichamen. Antwoorden waren er nog steeds niet, maar iedereen wist dat het goed zat.

Categories
Leestip

Paul van Tongeren, Doodgewone vrienden

In zijn meest recente boek zet Paul van Tongeren uiteen wat zijn missie als Denker des Vaderlands is: mensen laten nadenken. Hoewel het boekje op eerste gezicht over vriendschap gaat, poogt Van Tongeren in feite aan de hand van een klassieke filosofische vraag – wat is vriendschap? – te laten zien waar het in de filosofie om gaat.

Nadenken is daarbij een essentieel en tweeledig begrip. In de eerste plaats duidt het op de onmogelijkheid om geheel origineel te willen zijn; filosofie is een traditie van vragen en antwoorden door een alle denkers die ons voorgingen en die ons denken daarmee gevormd hebben. Ons denken volgt anders gezegd altijd op dat van anderen; het komt erna.

Verder geeft Van Tongeren aan dat filosofie procesmatig en daarmee nooit af is. Het denken blijft altijd doorgaan. Antwoorden op bestaande vragen roepen nieuwe vragen op, waarmee het verlangen naar een definitief antwoord ijdel is. Daarin onderscheidt filosofie zich van de wetenschap, die zich op het feitelijke beroept. Daarin schuilt ook een waarschuwing: de filosofie wil zich nog wel eens van het feitelijke losweken en zich louter op het ideale richten. 

Tot zover nog geen woord over vriendschap in deze bespreking. Is dat onderwerp dan bijzaak? Zeker niet, want Van Tongeren neemt ons aan de hand en leidt de lezer soepel door tweeduizend jaar nadenken over vriendschap mee. Een fraai weefsel waarin hij een benadering van de ware vriendschap geeft – met de waarschuwing dat geïdealiseerde vriendschap ons kan vervreemden van de werkelijkheid van de gewone vrienden om ons heen.

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 3 november, heb je de kans om met Paul van Tongeren in gesprek te gaan over zijn boek.

Paul van Tongeren, Doodgewone vrienden – nadenken over vriendschap. Boom Filosofie.

 

Categories
Column Het Filosofisch Diner

Hoe filosofen keuzes maken

Gisteren moest een Filosofisch Diner plaatsvinden. Het mocht helaas niet zo zijn; door een gebrek aan aanmeldingen zag ik me gedwongen de avond af te blazen. Ik troost mezelf met de gedachte dat het pas de tweede keer in vijf jaar tijd is; en dat men sinds twee weken met zo’n inhaalslag bezig is van alles wat er niet kon op cultureel gebied het afgelopen jaar, dat er een totale verzadiging plaatsvindt.

In elk geval was het jammer, maar ik blijf altijd een filosoof, dus het was ook interessant. Ik zag mezelf geplaatst voor een keuze – wel of niet laten doorgaan – waarvan de uitkomst hoe dan ook onbevredigend zou zijn. Hoe maak je zo’n keuze? Welke factoren wegen mee? Wiens belangen spelen er mee? En kun je voorzien welke gevolgen je keuze zal hebben?

Al schrijvend vind ik mezelf weer in de collegebanken waar talloze filosofen en gedachtenexperimenten de revue passeren die ieder op eigen wijze laten zien hoe we keuzes maken  Frappant genoeg zegt dat gelijk ook veel over de afstand tussen academische filosofie en alledaagse werkelijkheid. Die afstand is namelijk precies wat je nodig hebt om de ‘ideale’ weloverwogen keuze te maken; in the heat of the moment gaat dat proces veel intuïtiever en mogelijk helemaal niet op de juiste gronden. Zie het filmpje hieronder waarin het fameuze ‘trolleyprobleem’ op de hak wordt genomen (en bekijk daarna de hele serie The Good Place, die bijzonder geestig én filosofisch is).

Precies zo kon ik de gevolgen van mijn keuze eerder deze week ook niet goed overzien. Het is pas nu, met enige afstand in tijd, dat ik vermoed er goed aan te hebben gedaan het diner te annuleren. Ik heb er in elk geval vrede mee – en ik heb er zelfs een blog aan kunnen wijden!

Het Filosofisch Diner –  Vrouwen in de filosofie 2 met Nathanja van den Heuvel wordt in 2022 opnieuw ingepland. De kaartverkoop zal binnenkort opnieuw van start gaan.

Categories
Leestip

Edmund de Waal, De haas met de ogen van barnsteen

Hoe kan een familiegeschiedenis samenvallen met de grote politieke en culturele ontwikkelingen van de negentiende en twintigste eeuw? Edmund de Waal, nazaat van de beroemde bankiersfamilie Ephrussi, beschrijft in De haas met de ogen van barnsteen het wel en wee van zijn voorvaderen. Door hun nauwe vervlechting met verschillende elites stonden zij telkens dichtbij sleutelmomenten in een periode van culturele bloei, maar ook onstuitbare jodenhaat.

De Waal beziet dit door het perspectief van een erfstuk: een vitrine met netsukes, kleine Japanse gebeeldhouwde gordelknopen. Hij volgt de wereldreis die deze verzameling aflegde van erfgenaam op erfgenaam en schetst daarmee een intiem beeld van de setting waarin zijn familie leefde én hoe de geschiedenis zich aan hen ontvouwde.

Maar de werkelijke kracht van het boek is dat de netsukes als metafoor dienen. Voor hoe we verhalen kunnen vertellen, wat onze plaats is in de geschiedenis en hoe het geheugen werkt. “Iets kwijtraken kan soms ook de ruimte scheppen om in te leven” stelt De Waal betekenisvol tegen het einde van zijn boek. Daarmee doelt hij er niet alleen op dat we niet teveel aan het materiële moeten hechten; maar ook dat het in de geschiedenis soms beter voor ons mentale welzijn om dingen te vergeten. 

Edmund de Waal, De haas met de ogen van barnsteen – een verborgen erfenis. De Bezige Bij.

 

Categories
Het Filosofisch Diner Leestip

Hoe vrouwen de filosofie verrijken

Een tweeluik over vrouwen in de filosofie startte afgelopen woensdag met een Filosofisch Diner over drie vrouwelijke denkers van enkele honderden jaren geleden. Joyce Pijnenburg was in hun teksten gedoken en zorgde voor de eerst Nederlandse vertaling daarvan.

Uit die teksten, vaak poëtisch of literair, spreken opvattingen die vergelijkbaar zijn met die van het hedendaagse feminisme. Ze gaan uit van door mannen opgelegde tegenpolen (rationeel – irrationeel, beheerst – onbeheerst, ) die zouden kunnen worden toegeschreven aan het onderscheid tussen man en vrouw. Bekend verhaal, nietwaar?

Niet alleen liet Joyce aan de hand van deze teksten zien dat vrouwen al veel eerder ‘hun mannetje stonden’, door op vaak scherpe wijze bloot te leggen dat mannen zich doorgaans zelf schuldig maken aan wat ze vrouwen verwijten. Ook pleitte ze voor een meer holistisch filosofie – een denken waarin rationaliteit niet onverenigbaar is met het irrationele; waarin naast het louter cerebrale ook het liefdevolle en lustvolle een plaats heeft.

Wat volgde was een levendige discussie over liefde, lust en lichamelijkheid in de filosofie, maar ook de vraag of de term feminisme de tegenwoordige emancipatiestrijd nog wel dekt. En daarmee was de brug geslagen naar het tweede deel over vrouwen in de filosofie, dat op 6 oktober plaatsvindt. Dus wil je antwoorden (of meer vragen), schuif dan aan!

Joyce Pijnenburg, Pen, bed en habijt – Drie vrouwen over gender, seks en redelijkheid. ISVW Uitgevers. Verschijnt eind september.

Categories
Leestip

Philipp Blom, Alleen de wolken

In tijden van crisis gebeurt het al snel dat je je in eerdere eerdere tijden van crisis verdiept. Wellicht om er troost uit te putten? Het was toen ook niet makkelijk en toch sloeg men zich er doorheen? Ik weet het niet, maar in elk geval ging ik in hoog tempo en met een beklemmend gevoel van herkenning door Philipp Bloms boek Alleen de wolken heen.

Daarin wroet hij in de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog en reconstrueert hij op prachtige wijze twee decennia van voortdurende crisis. De kunst en cultuur van die periode vormen het kader van waaruit hij alle grote ontwikkelingen in het westen duidt – van technologische stroomversnellingen tot aanzwellend antisemitisme en de opkomst van het nazisme.

Elk hoofdstuk beschrijft een jaar en zoomt in op een specifieke geschiedenis, zodat het hele boek leest als een prachtige mozaïek van het Interbellum. Kleine gebeurtenissen worden minutieus in grotere kaders geplaatst en telkens maakt Blom sprongen in de tijd om de afzonderlijke verhalen te binden. 

De grootste verdienste is dat het boek uiteraard eindigt met de opmaat van de Tweede Wereldoorlog, zonder dat Blom het daarheen schrijft. Het is ondankbaar maar verleidelijk om de jaren twintig en dertig te reduceren tot wat alleen maar kon uitmonden in de Holocaust; Blom weerstaat die verleiding. En dat is waar de beklemming opduikt; het zijn de herkenbare geschiedenissen van mensen in crisistijd die niet weten wat hen te wachten staat. Je betrekt het als vanzelf op de huidige tijd en vraagt je af: wat staat ons nog te wachten? 

Philip Blom, Alleen de wolken – Cultuur en crisis in het westen 1918-1938. De Bezige Bij.