Categories
Het Filosofisch Diner

Gezelligheid

De valkuil van woorden die we heel vaak gebruiken en waarvan de betekenis evident lijkt te zijn, is dat we er helemaal niet meer bij stilstaan wat we er eigenlijk mee zeggen of bedoelen. ‘Gezelligheid’ is precies zo’n begrip. Op en top Nederlands, naar verluid, en aan de lopende band gebruikt om welke sociale context dan ook te duiden. Maar gevraagd naar wat het betekent, komen de meeste mensen niet veel verder dan een generieke omschrijving. Iets samenzijn, goede sfeer, knusheid.

Pieter Dronkers, verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek, vond het dan ook hoog tijd om het begrip écht eens te bevragen. Hij greep daarvoor terug op de etymologie van het woord, maar ook een antropologische benadering, waarin het begrip als onderdeel van de menselijke cultuur wordt beschouwd. In beiden komt duidelijk naar voren dat niet alleen het sociale aspect van belang is, maar ook de wijze waarop machtsverhoudingen georganiseerd zijn.

Het woord is afgeleid van ‘gezel’, dat weer teruggaat op ‘zaal’, als in een gedeelde ruimte waarin men onder gelijken is. Die betekenis is volgens Dronkers ook tegenwoordig nog kenmerkend; gezelligheid kan volgens hem alleen bestaan waar mensen op gelijke voet met elkaar kunnen samenzijn. De typische plek daarvoor is het café, maar ook buurthuizen, verenigingen of andersoortige kleinschalige gemeenschappen scheppen de juiste voorwaarden voor gezellig samenzijn.

Het gesprek ging daarna over de vraag welke contexten er dan verder gezellig kunnen zijn; de cultureel bepaalde inhoud van gezelligheid; en de vraag of het zonder medemensen ook gezellig kan zijn. Duidelijk werd dat gezelligheid een zeer politieke lading kan hebben en dat we moeten waken voor elke vorm van dwang om gezellig te zijn - denk maar aan een gezellige kerst met onderhuidse spanningen. Het Filosofisch Diner zelf bleek daarentegen bij uitstek een zeer gezellige aangelegenheid - persoonlijk laat ik het het liefst bij die definitie.

Categories
Het Filosofisch Diner

Goed voornemen: meer liegen

Lieg jij wel eens? Met die vraag opende Frank Meester zijn verhaal tijdens het eerste Filosofisch Diner van 2025. De meeste handen gingen omhoog. Heel eerlijk op zich, maar tegenstrijdig met het antwoord - je geeft immers toe dat je antwoord onwaar zou kunnen zijn. Nog tegenstrijdiger is het om te antwoorden dat je nooit liegt: dat kan bijna niet waar zijn is daardoor alleen al een leugen.

Daarmee zette Meester de toon voor een levendige avond waar in de vraag werd uitgediept wat het begrip waarheid inhoudt en hoe we daar in ons sociale leven en de vorming van onze identiteit mee omspringen. Volgens Meester ontbreekt een ultieme fundering in de waarheid, een bepaalde essentie, daarin doorgaans, terwijl we er wel naar handelen alsof die er is. Met die paradox moeten we leren leven; de grote vraag is dan: hoe?

Dat leverde aan tafel mooie gesprekken op over wanneer je wel of niet de waarheid vertelt, hoe vaak je een leugen moet vertellen om hem waarheid te laten worden, wanneer je liever voorgelogen wordt en of het mogelijk is om de leugen uit te bannen (ik vermoed zelf dat de teneur van de avond erop wees van niet). Soms willen we namelijk graag in een onwaarheid geloven omdat ze ons leven verrijkt (Sinterklaas passeerde een aantal keer de revue) of omdat ze ons sociale leven eenvoudiger maakt (het is niet voor niets een conventie om op de vraag ‘hoe gaat het’ ‘goed te antwoorden).

Het spanningsveld tussen leugen, bluf en waarheid werd daarmee niet opgelost, maar in feite juist verder benadrukt, door de verschillende opvattingen die naar voren kwamen. Hoe brei je dan een zinnig einde aan zo’n gesprek? Nou, met een flinke portie bluf: Lonneke van Heugten verwerkte al haar indrukken in een poëtische wrap-up die ze er in vijf minuten uit blufte. Zó bluf je jezelf door het leven.

Categories
Leestip

Frank Meester – Bluf jezelf door het leven

Iedereen vertelt wel eens een leugen. Jij vast ook. Als is het maar om iemand niet voor het hoofd te stoten over diens baby (die eigenlijk helemaal niet mooi is) of kookkunsten (terwijl je een zompige maaltijd zit weg te werken). Maar de gedachte dat we verder altijd de waarheid vertellen en naar de waarheid leven, is eigenlijk heel vreemd, stelt filosoof Frank Meester. In zijn nieuwste boek neemt Meester de leugen of onwaarheid als uitgangspunt voor de samenleving.

Aristoteles typeerde de mens als een animal rationale, Meester heeft het liever over een animal mendax, ofwel een liegbeest. Hij betoogt dat de maatschappij en alle sociale afspraken die we onderling hebben gemaakt zijn gebaseerd op verzinsels. Niet dat die verzinsels leugens zijn in de slechte zin van het woord; er zitten geen kwade intenties achter. Maar het is wel belangrijk om te beseffen dat er achter de meeste dingen waar we in geloven en die we elkaar vertellen, geen fundamentele en bewijsbare waarheid schuilt. Juist het gezamenlijk geloof in waarden en principes zorgt voor binding in de maatschappij, omdat we ondanks het gebrek aan een onderliggende waarheid tóch ons best doen ernaar te leven.

Meester onderzoekt de leugen of de onwaarheid in zijn verschillende verschijningsvormen en bekeken door de lens van verschillende filosofische stromingen en specifieke invalshoeken. Zo komt hij tot een aantal aanbevelingen die de lezer moeten helpen om goed te leren liegen. Goed heeft daarbij de dubbele betekenis van overtuigend, maar ook ethisch gezien correct.

Juist dat laatste is volgens hem van groot belang in het post-truth-tijdperk waarin we ons bevinden: de leugen is al eeuwenlang een politiek instrument, maar viert tegenwoordig hoogtij. Goed liegen (of bluffen) wordt zo tot een deugd, een houding waarmee je jezelf en de samenleving kunt vormgeven. Dus neem je maar voor om in het komende jaar beter (niet per se meer) te gaan liegen.

Categories
Het Filosofisch Diner

Alledaags activisme

We zijn hard op weg om het klimaat om zeep te helpen. En eigenlijk zijn we al te laat om de toegedane schade ongedaan te maken. De temperatuurstijging van gemiddeld 1,5 graden is afgelopen jaar al overschreden. Daarmee is catastrofale klimaatverandering niet meer iets van de toekomst, maar een proces waar we nu al middenin zitten, aldus filosoof en XR-activist Chris Julien, tijdens Het Filosofisch Diner vorige week.

Die boodschap stemt weinig hoopvol. Wat kun je als individu nog doen in het aanzicht van een supercomplex mondiaal fenomeen? Volgens Julien is het verleidelijk je als klimaatontkenner op te stellen, in de zin dat je ontkent dat je in staat bent om in actie te komen. Dat terwijl volgens Julien de mogelijkheid tot verandering besloten ligt in de praktijk van het alledaagse. Daarin kunnen we door kleine handeling als het ware met een hefboom systeemveranderingen verwezenlijken.

Juliens vraag aan de deelnemers was dan ook vanuit welke alledaagse praktijk zij een verandering zouden kunnen bewerkstelligen. Die vraag was niet alleen bedoeld als denkoefening, maar als motivatie om daadwerkelijk aan de bak te gaan. Want, zo zei hij, verandering ontstaat pas in de praktijk. Eerst een ambitieus plan opstellen en met uitgebreide theorie onderbouwen, zorgt niet voor een grotere slagingskans.

Het zit hem er juist in om in het dagelijkse handelen binnen de sfeer van een kleine gemeenschap (denk aan werk of sportclub bijvoorbeeld) iets te ontdekken dat anders kan. Een kleine aanwijzing voor een systeemverandering die van onderop begint, iets wat je misschien nog niet direct volledig kunt vatten, maar wat als zaadje dient om te laten ontkiemen. Een beetje zoals je oog moet hebben voor het toeval, zoals een Filosofisch Diner eerder bleek.

Met dat inzicht moeten we tevens verlost zijn van het denken over activisten als een heel specifieke groep mensen die zich aan een snelweg vastlijmen of soep tegen een schilderij gooien. Julien liet zien dat wij die mensen ook zijn, maar dat de actie bij iedereen anders kan zijn. Het doel blijft alleen hetzelfde: positieve verandering in een wereld die weinig hoop geeft.

Categories
Leestip

Chris Julien – Alledaags activisme

De vraag wat activisme inhoudt en welke invloed protesten hebben op de samenleving als geheel en burgers individueel, is de afgelopen jaren sterk naar de voorgrond getreden. Extinction Rebellion (XR) brengt met nieuwe en onorthodoxe tactieken de zich ontwikkelende klimaatcatastrofe onder de aandacht. Met succes, als het gaat om bereik in elk geval.

En toch moeten we niet denken dat dit ‘straatactivisme’ de enige manier is om verzet te bieden tegen de krachten die het klimaat om zeep helpen. Dat betoogt Chris Julien, die zelf ruimschoots ervaring heeft als activist, maar die tevens fungeert als denker binnen XR. Klimaatverandering is een probleem van dergelijke proporties, dat het de enkeling machteloos laat voelen om er iets aan te kunnen doen. De aanname dat mogelijke verandering alleen ontstaat door middel van straatacties en demonstraties, versterkt het gevoel van machteloosheid alleen maar, aldus Julien.

Hij geeft in zijn boek Alledaags activisme een (nieuw) handelingsperspectief. Veel mensen maken zich terecht zorgen over het klimaat en ja, geeft hij toe, in veel opzichten zijn we al te laat om klimaatverandering tegen te gaan. Het is eerder een kwestie van de schade beperkt houden dan daadwerkelijk repareren. Maar er zijn meer manieren dan een snelweg blokkeren of soep over een schilderij gooien om je punt te maken. De kunst is om jezelf in te zetten als hefboom voor systeemverandering: het klassieke principe waarbij je met weinig kracht een grote massa in beweging krijgt.

Hoe concreet het beeld van de hefboom ook is, het vertelt je niet wat je feitelijk kunt doen. Hoe ziet de activistische praktijk er dan uit? Gelukkig kan Julien daar genoeg voorbeelden van noemen, die inspirerend zijn en tegelijk laten zien dat zich in de activistische praktijk een nieuw beeld ontvouwt van hoe de toekomst eruit kan zien. Door deze praktijken in ons alledaagse leven te verweven, krijgen ze de mogelijkheid om een grotere beweging in gang te zetten - en misschien een maatschappelijk kantelpunt te bereiken.

Niet dat de toekomst daarmee beter wordt - Julien schuwt de belofte van hoop - maar daarmee kunnen we wel aan de slag om een andere toekomst te bewerkstelligen dan die nu voor ons ligt.

Categories
Het Filosofisch Diner

Dodelijke gekte

Is er sprake van vrije wil als iemand in een waan of psychose een moord pleegt? En kunnen we iemand daar dan verantwoordelijk voor houden? Hoewel het statistisch gezien maar weinig voorkomt, halen dergelijke moordzaken bijna altijd de voorpagina van de krant. En op die voorpagina’s wordt doorgaans (te) weinig recht gedaan aan de bijzonder complexe omstandigheden die in zo’n zaak spelen. Hoog tijd voor wat filosofische verdieping!

Psychiater en filosoof Lotje Steins Bisschop onderzocht samen met journalist Roselien Herderschee verschillende moordzaken en bundelde die met achtergrond over het juridische en psychiatrische systeem in een boek dat uiteindelijk filosofische vragen over autonomie en verantwoordelijkheid oproept. Op 7 februari besprak ze tijdens Het Filosofisch Diner een aantal van deze zaken om die vragen aan het licht te brengen. In de rechtspraak en de psychiatrie wordt vrijwel altijd een antwoord gevonden, maar vanuit de filosofie blijven deze vragen doorgaans open.

Ook tijdens het diner werd duidelijk dat het vrijwel onmogelijk is om een sluitend antwoord te vinden. Het is niet eenduidig aan te geven waar iets als de vrije wil huist; en zodoende is het ook nooit volledig duidelijk in hoeverre iemand met intentie handelt als diegene in een psychose verkeert. Binnen de rechtspraak zijn daar heldere criteria voor, maar bij het bepalen van morele last wegen teveel tegenstrijdigheden mee, zo bleek uit de vele vragen die het publiek aan Steins Bisschop voorlegde. Het gaat in de filosofie om het vragen stellen, maar op het gebied van leven en dood is de menselijke drang naar antwoorden vaak te groot.

Gelukkig was daar aan het einde nog een prachtig gedicht door Jeroen van Wijk, die met wisselende perspectieven dit grijze gebied een persoonlijkheid gaf. Het gedicht dat hij schreef voor de gelegenheid, getiteld 'Wie ben je?' kun je hier teruglezen.

Categories
Leestip

Willem Schinkel, De hamsteraar

Willem Schinkel staat al lang bekend als een scherp criticus van het kapitalisme en neoliberalisme, maar in zijn nieuwste boek blijft er werkelijk geen spaander van heel. In De hamsteraar laat hij zien dat wat in het hedendaagse kapitalisme doorgaat voor natuurlijke economische randvoorwaarden, feitelijk berust op ideologische aannames zonder enige basis in de werkelijkheid. Schinkel maakt dat duidelijk aan de hand van een analyse van de hamsteraar, die een jaar geleden tijdens de start van de Coronacrisis op het toneel verscheen en in de supermarkten nog geen rol toiletpapier achterliet.

Was daar dan niet genoeg van? Jawel, argumenteert Schinkel, maar de ‘vrije markt’ creëert zelf schaarste door een wereldwijde logistiek die voorraden altijd net op peil houdt. Tot de hamsteraar opduikt. Terwijl de (neo)liberale econoom dit figuur als een moreel verwerpelijke anomalie ziet, brengt deze voor Schinkel juist helder aan het licht wat er in essentie aan het kapitalisme schort én welke kansen er zijn om dit systeem in te laten storten.

Revolutionaire taal dus en geen vrolijk stemmend beeld van hoe de wereld ervoor staat. Want hoewel Schinkel in het laatste hoofdstuk de scheuren in het neoliberale systeem laat zien en daarbij een glimp toont van hoe maatschappelijke vernieuwing in gang kan worden gezet, komt juist in de laatste verkiezingsuitslag sterk naar voren dat weinig Nederlanders zich een alternatief kunnen voorstellen. De massa stemt op liberale partijen die zich vastklampen aan een status quo, terwijl zij die wel voelen wat er mis is grotendeels naar de rechterflank worden gedreven.

Een boos boek, met hier en daar wat cynische grappen over toiletpapier maar ook een behoorlijke vloed aan marxistische theorie. Minder toegankelijk misschien voor wie daar niet in thuis is, maar desalniettemin een must-read. Want zonder de woede die Schinkel oproept, blijft elke visie op een andere maatschappij buiten zicht.

Willem Schinkel, De hamsteraar – Kritiek van het logistiek kapitalisme. Boom.