Categories
Leestip

Cees Zweistra, Complotdenkers

Zitten er microchips in vaccins? Bestaan er elites die in het geheim het bloed drinken van kinderen en die politici influisteren wat ze moeten doen? Is Rusland Oekraïne binnengevallen? Het zijn typische vragen die de complotdenker zichzelf in alle ernst stelt. Om tot de conclusie te komen dat hij (meestal hij vermoed ik, niet zij) een diepere waarheid kent dan de rest van de mensheid.

Het zijn ook vragen die Cees Zweistra niet wil beantwoorden in zijn nieuwste boek Waarheidszoekers. In het gesprek over en met complotdenkers ligt de nadruk volgens hem teveel op het ontkrachten of debunken van hun opvattingen. Daarmee overtuigen we de hedendaagse complotdenker echter niet, stelt hij.

‘Klassieke’ complotdenkers plaatsten zichzelf nog binnen een bestaand wetenschappelijk discours, waarin ze alternatieve theorieën opstelden over wat zij als onjuiste informatie zagen. Steeds meer zien we tegenwoordig echter dat complotdenkers zich geheel buiten elk theoretisch raamwerk plaatsen, door een eigen waarheid te scheppen. Zij worden, zegt Zweistra in lijn met Martin Heidegger ‘uit de wereld geworpen’.

Zweistra onderzoekt deze ontwikkeling, plaatst die in het kader van bestaande theorieën over complotdenkers en verbindt daaraan de vraag welke rol technologie hierin speelt. Zijn analyse is scherp en diepgravend en laat en passant zien hoe het er op dit moment voor staat met begrippen als waarheid, gemeenschap en het individu. Daarmee geeft hij ook een waarschuwing af: de huidige technologische cultuur werpt ons op onszelf terug. Willen we vervreemding, zoals die bij complotdenkers optreedt, voorkomen, dan moeten we op zoek naar een nieuwe omgang met technologie.

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 30 maart heb je de kans om met Cees Zweistra in gesprek te gaan over zijn boek.

Cees Zweistra, Waarheidszoekers: Wat bezielt complotdenkers?. KokBoekencentrum.

 

Categories
Leestip

Stijn Vanheule, Waarom een psychose niet zo gek is

Vlaanderen is blijkbaar een vruchtbare voedingsbodem voor psychiaters. In het kielzog van autoriteiten als Dirk de Wachter, Damiaen Denys en Paul Verhaeghe duiken altijd nog vakgenoten op die met veel oog voor de mens en een vaak stevige filosofische onderbouwing zich buigen over mentale problemen in de hedendaagse maatschappij.

Stijn Vanheule verdiepte zich als wetenschapper en therapeut in de wereld van de psychose. Daarover schreef hij een bijzonder toegankelijk en sympathiek boek, waarin hij uitlegt hoe we een beter begrip kunnen ontwikkelen van wat een psychose is en hoe het is om dat te ervaren. In de geest van Lacan vat hij psychose op als een verlies aan taal en betekenis (vaak getriggerd door traumatische ervaringen of breukvlakken in iemands leven) waardoor de realiteit zijn normale structuur verliest. Het gat wat daardoor ontstaat vult de geest op met beelden en wanen.

Met zijn heldere uitleg maakt Vanheule goed inzichtelijk waarom we het zo lastig (en eng) vinden om om te gaan met het verschijnsel psychose. Zoals degene die erin gevangen zit zich niet meer in normale taal kan uitdrukken, ontbreekt het ons als omgeving ook aan woorden om (opnieuw) verbinding te leggen. Daarmee is het makkelijk om te concluderen dat de ‘psychoot’ gek en onbereikbaar is.

Vanheule moedigt zijn lezers dan ook aan om te zoeken naar vormen van communicatie en expressie die wél werken. Vaak kunnen we die vinden in kunst. Daarmee opent hij een deur (en eigenlijk stond die deur natuurlijk al de hele tijd open) naar de rest van de maatschappij. Slechts weinigen ervaren een psychose, maar de grote meerderheid van de mensen ervaart wel eens een gebrek aan zin en betekenis. Precies daarom is een psychose zo gek niet.

Stijn Vanheule, Waarom een psychose niet zo gek is. LannooCampus.

Categories
Leestip

Ewoud Kieft, Concerto

Toegegeven, dit is geen filosofieboek. Wat het wel is, laat zich niet zo makkelijk definiëren. Het bevat (pop-)muziekgeschiedenis, persoonlijke ervaringen, een inkijkje in het Amsterdam van de tweede helft twintigste eeuw. Maar bovenal is het een biografie (Concerto is geen persoon, maar absoluut een lévende plek) van de meest bekende platenzaak van Amsterdam. Een plek waar ik persoonlijk ook bijna twintig jaar warme herinneringen aan koester. Genoeg reden om er een blog aan te wijden, dunkt me.

Schrijver en historicus Ewoud Kieft werkte zelf enkele jaren bij Concerto en was de aangewezen persoon om de rijke geschiedenis van deze winkel op papier te zetten – dit ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan dat afgelopen jaar werd gevierd. Die periode markeerde een revolutie in de popmuziek en kende bovendien tal van ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen die de loop van de popgeschiedenis mede vorm gaven.

Daardoor is de geschiedenis van Concerto bijzonder veelzijdig en vooral erg enerverend. Kieft rijgt grote ontwikkelingen uit de geschiedenis soepel aan die uit de muziek en verhaalt daarover vanuit het perspectief van vaste bezoekers en oude werknemers die de winkel zijn
karakter gaven.

Voor wie de winkel kent, leest het als een feest der herkenning. Wie er nog nooit een stap binnen heeft gezet, kan zich alsnog met enorm plezier verdiepen in de fraaie verhalen die het boek bevat. (Ik behoor dus tot die eerste groep; het overgrote deel van de cd’s in mijn woonkamer komt bij Concerto vandaan.)

Maar het boek viert niet alleen; het waarschuwt ook. Concerto vierde zijn jubileum in een periode waarin het voor het eerst in zijn bestaan gedwongen moest sluiten, vanwege een pandemie. Dichterbij een faillissement kwam de winkel niet eerder en dat terwijl het de muziekmarkt online alleen maar groeit. En dan komt toch de filosofie nog even om de hoek kijken: wat heeft meer waarde? Een streampje op Spotify vanaf je telefoon of een ronde schijf van plastic of vinyl die je na een halfuur zoeken uit een houten bak vist?

Ewoud Kieft, Concerto. De Bezige Bij.

Categories
Leestip

Christine Otten, De laatste dichters

In 2004 publiceerde Christine Otten een roman over de Last Poets, de befaamde groep dichters die eind jaren zestig naam maakte als een belangrijke kunstzinnige stem van de Civil Rights Movement. Het is een gefictionaliseerde verzameling verhalen, gebaseerd op uitgebreid onderzoek en gesprekken met sleutelfiguren in en om de groep, die dwars door de tijd springt, van de vroege jaren vijftig tot de maanden kort na 9/11, toen Otten het boek schreef.

En hoewel er sindsdien twintig jaar verstreken zijn, is het boek geen dag verouderd. Sterker nog, in het licht van BLM-beweging lijkt het nu alleen maar aan relevantie te hebben gewonnen. Des te meer omdat het boek toont hoe lang de strijd voor gelijke rechten al duurt en hoe zwaar die is geweest. Hoe individuele belangen, verschillende politieke visies en persoonlijk leed in de weg hebben gestaan van de gedroomde revolutie.

Vrolijk is het boek dus niet. Meeslepend en sfeervol wel. Ottens stijl sluit nauw aan bij die van de Last Poets; ze vertelt beeldend, rauw en met sterk gevoel voor vertraging en versnelling. Daarmee vallen vorm en inhoud sterk samen. Dat kan soms verwarrend zijn, maar dit boek is duidelijk niet bedoeld om helderheid te scheppen. Het leest juist precies als dat wat het is: herinneringen van een grote groep mensen, gekleurd en gefragmenteerd, maar als geheel een prachtig en kleurrijk mozaïek.

Christine Otten, De laatste dichters. Atlas Contact.

 

Categories
Leestip

Pouwel Slurink, Aap zoekt zin

Zoals er veel filosofen zijn die graag een scherp onderscheid maken tussen de wijsbegeerte en andere (exacte) wetenschappen, zijn er ook enkelen die juist het verschil liever zien verdwijnen. Pouwel Slurink is er daar een van. In zijn boek Aap zoekt zin stelt hij dat filosofen (en maatschappij- en geesteswetenschappers in bredere zin) de evolutietheorie graag accepteren als theoretisch model, maar geen oog hebben voor fundamenteel verklarende waarde ervan.

Een sterkere integratie van de biologie en filosofie kan echter behoorlijk veel van onze levensvragen (waarom bestaan we? wat is goed en kwaad? wat is het verschil tussen natuur en cultuur?) inkaderen en er zelfs een antwoord op geven. Niet dat daarmee onze zoektocht naar wie we zijn en wat we willen voor eens en voor altijd is beantwoord; dergelijke vragen zullen we altijd blijven stellen als resultaat van een evolutionair proces dat ons onder meer van een zelfbewustzijn heeft voorzien.

Dergelijke benaderingen raken meer in zwang en proberen filosofische gedachten een stevig fundament in de werkelijkheid te geven, maar ook die lastige scheiding tussen subject en object, mens en natuur, die door de Westerse filosofie zo innig wordt omarmd, op te heffen. Met wisselende mate van succes, overigens; Harari scoort er wereldhits mee, maar de Nederlandse filosoof Wouter Oudemans gaf zich in zijn vorig jaar verschenen boek Moeder natuur over aan een wat al te cynisch, reductionistisch en eurocentrisch wereldbeeld (in de strijd om te overleven is het gerechtvaardigd om de eigen cultuur te beschermen tegen andere culturen).

Slurink bewandelt een tussenweg. Hij verklaart eerder dan dat hij normen stelt en als je wordt overvallen door een vlaag van cynisme of een sterk gevoel van nietigheid, dan helpt zijn nuchtere en luchtige toon je daar wel doorheen.

Tijdens de eerstvolgende Filosofische Matinee op 12 december heb je de kans om met Pouwel Slurink in gesprek te gaan over zijn boek.

Pouwel Slurink, Aap zoekt zin. ISVW Uitgevers.

 

Categories
Leestip

Paul van Tongeren, Doodgewone vrienden

In zijn meest recente boek zet Paul van Tongeren uiteen wat zijn missie als Denker des Vaderlands is: mensen laten nadenken. Hoewel het boekje op eerste gezicht over vriendschap gaat, poogt Van Tongeren in feite aan de hand van een klassieke filosofische vraag – wat is vriendschap? – te laten zien waar het in de filosofie om gaat.

Nadenken is daarbij een essentieel en tweeledig begrip. In de eerste plaats duidt het op de onmogelijkheid om geheel origineel te willen zijn; filosofie is een traditie van vragen en antwoorden door een alle denkers die ons voorgingen en die ons denken daarmee gevormd hebben. Ons denken volgt anders gezegd altijd op dat van anderen; het komt erna.

Verder geeft Van Tongeren aan dat filosofie procesmatig en daarmee nooit af is. Het denken blijft altijd doorgaan. Antwoorden op bestaande vragen roepen nieuwe vragen op, waarmee het verlangen naar een definitief antwoord ijdel is. Daarin onderscheidt filosofie zich van de wetenschap, die zich op het feitelijke beroept. Daarin schuilt ook een waarschuwing: de filosofie wil zich nog wel eens van het feitelijke losweken en zich louter op het ideale richten. 

Tot zover nog geen woord over vriendschap in deze bespreking. Is dat onderwerp dan bijzaak? Zeker niet, want Van Tongeren neemt ons aan de hand en leidt de lezer soepel door tweeduizend jaar nadenken over vriendschap mee. Een fraai weefsel waarin hij een benadering van de ware vriendschap geeft – met de waarschuwing dat geïdealiseerde vriendschap ons kan vervreemden van de werkelijkheid van de gewone vrienden om ons heen.

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 3 november, heb je de kans om met Paul van Tongeren in gesprek te gaan over zijn boek.

Paul van Tongeren, Doodgewone vrienden – nadenken over vriendschap. Boom Filosofie.

 

Categories
Leestip

Edmund de Waal, De haas met de ogen van barnsteen

Hoe kan een familiegeschiedenis samenvallen met de grote politieke en culturele ontwikkelingen van de negentiende en twintigste eeuw? Edmund de Waal, nazaat van de beroemde bankiersfamilie Ephrussi, beschrijft in De haas met de ogen van barnsteen het wel en wee van zijn voorvaderen. Door hun nauwe vervlechting met verschillende elites stonden zij telkens dichtbij sleutelmomenten in een periode van culturele bloei, maar ook onstuitbare jodenhaat.

De Waal beziet dit door het perspectief van een erfstuk: een vitrine met netsukes, kleine Japanse gebeeldhouwde gordelknopen. Hij volgt de wereldreis die deze verzameling aflegde van erfgenaam op erfgenaam en schetst daarmee een intiem beeld van de setting waarin zijn familie leefde én hoe de geschiedenis zich aan hen ontvouwde.

Maar de werkelijke kracht van het boek is dat de netsukes als metafoor dienen. Voor hoe we verhalen kunnen vertellen, wat onze plaats is in de geschiedenis en hoe het geheugen werkt. “Iets kwijtraken kan soms ook de ruimte scheppen om in te leven” stelt De Waal betekenisvol tegen het einde van zijn boek. Daarmee doelt hij er niet alleen op dat we niet teveel aan het materiële moeten hechten; maar ook dat het in de geschiedenis soms beter voor ons mentale welzijn om dingen te vergeten. 

Edmund de Waal, De haas met de ogen van barnsteen – een verborgen erfenis. De Bezige Bij.

 

Categories
Leestip

Philipp Blom, Alleen de wolken

In tijden van crisis gebeurt het al snel dat je je in eerdere eerdere tijden van crisis verdiept. Wellicht om er troost uit te putten? Het was toen ook niet makkelijk en toch sloeg men zich er doorheen? Ik weet het niet, maar in elk geval ging ik in hoog tempo en met een beklemmend gevoel van herkenning door Philipp Bloms boek Alleen de wolken heen.

Daarin wroet hij in de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog en reconstrueert hij op prachtige wijze twee decennia van voortdurende crisis. De kunst en cultuur van die periode vormen het kader van waaruit hij alle grote ontwikkelingen in het westen duidt – van technologische stroomversnellingen tot aanzwellend antisemitisme en de opkomst van het nazisme.

Elk hoofdstuk beschrijft een jaar en zoomt in op een specifieke geschiedenis, zodat het hele boek leest als een prachtige mozaïek van het Interbellum. Kleine gebeurtenissen worden minutieus in grotere kaders geplaatst en telkens maakt Blom sprongen in de tijd om de afzonderlijke verhalen te binden. 

De grootste verdienste is dat het boek uiteraard eindigt met de opmaat van de Tweede Wereldoorlog, zonder dat Blom het daarheen schrijft. Het is ondankbaar maar verleidelijk om de jaren twintig en dertig te reduceren tot wat alleen maar kon uitmonden in de Holocaust; Blom weerstaat die verleiding. En dat is waar de beklemming opduikt; het zijn de herkenbare geschiedenissen van mensen in crisistijd die niet weten wat hen te wachten staat. Je betrekt het als vanzelf op de huidige tijd en vraagt je af: wat staat ons nog te wachten? 

Philip Blom, Alleen de wolken – Cultuur en crisis in het westen 1918-1938. De Bezige Bij.

 

Categories
Leestip

Henk Oosterling, Verzet in ecopanische tijden

We voelen ons vaak machteloos tegenover de enorme impact en alomvattendheid van de klimaatcrisis. Heeft het dan nog wel zin om in actie te komen? Oosterling meent van wel, maar dan alleen als we besluiten de bakens werkelijk te verzetten en ons denken over maatschappij en macht op een nieuwe manier vorm te geven.

Zijn analyse van deze ecopanische tijden graaft diep in de fundamenten van het huidige discours. Daarin stapelen de paradoxen zich op – zo zijn we verslaafd aan technologie die ons een gevoel van vrijheid geeft – tot het punt dat we ons bestaan en handelen niet meer kunnen duiden. Tijd dus voor een nieuw discours.

In hoog tempo, maar met veel oog voor detail en nuance, zet Oosterling uiteen hoe we ons in dat nieuwe discours kunnen verzetten om tot een duurzamere omgang met de wereld te komen. Heel kort samengevat moeten we overgaan van doemdenken naar doendenken – deelname aan een netwerkdiscours waarin belangen op verschillende niveaus (van persoonlijk tot gemeenschappelijk en wereldomvattend) verdedigd kunnen worden. 

Oosterling bouwt een complex raamwerk van wijd uitgesponnen gedachten met brede aanknopingspunten, dat diep geworteld is in de kritische (post-)moderne filosofie. Nietzsche, Sartre, Foucault, Adorno, Arendt, alle grote namen komen langs en worden aaneengeregen tot een diepgravende theorie die een vertrekpunt geeft in de praktijk van het menselijk handelen. En daarmee een aanzet om de klimaatproblemen op nieuwe wijze aan te pakken. 

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 4 augustus heb je de kans om met Henk Oosterling in gesprek te gaan over zijn boek.

Henk Oosterling, Verzet in ecopanische tijden – Van ego-emancipatie naar eco-emancipatie. Uitgeverij Lontano.

 

Categories
Leestip

Boekenweek

Geen standaard leestip deze week, want het is boekenweek! Dus bespreek ik geen boek dat ik heb gelezen, maar het lijstje met boeken dat ik deze week aanschafte bij Over het Water (de leukste boekhandel van Amsterdam), die ik nu lees of in de komende weken ga lezen.

Ramsey Nasr – De fundamenten. Een bundel van drie essays die Ramsey Nasr in het Coronajaar schreef. Over de rol van kunst, over hoe een aanvankelijk gevoel van verbondenheid omslaat in hysterie en complotdenken en over de vraag hoe het na de crisis verder moet. De eerste twee essays las ik al en vond ik ijzersterk.

Ali Smith – Spring. Ik lees het seizoenskwartet van Ali Smith in volledig willekeurige volgorde. Spring is de laatste van de vier die ik nog moet lezen, net nu de zomer begint. Daar kijk ik erg naar uit, want de andere drie delen waren geweldig. Scherp, humoristisch, met een waanzinnig goed gevoel voor tijdsgeest en briljant lenig taalgebruik (lees de boeken dus ook in het Engels, want de beste vertaling kan er vermoedelijk nog geen recht aan doen).

Christine Otten – De laatste dichters. Al in 2004 gepubliceerd, maar qua thematiek geen dag ouder geworden. Sterker nog: met de enorme impuls die het racismedebat sinds de moord op George Floyd een jaar geleden heeft gekregen, is dit boek alleen maar relevanter geworden. Ik kan niet wachten om terug te gaan in de tijd en het Harlem van de late jaren zestig te verkennen.

Diverse auteurs – De grote vertraging. Boeken over wandelen doen het goed dit jaar. Niet zo gek, want wandelen was een van de weinige activiteiten die we nog zonder grote belemmeringen konden ondernemen. Net als lezen en schrijven natuurlijk, dus ja, een nieuwe bundel met filosofische reflecties op de waarde van wandelen, dat ligt wel voor de hand. Goede en interessant auteurs die hier een bijdrage aan leverden, dus ik heb er zin in me hierop de storten. Een voorpublicatie van Alicja Gescinska verscheen al op brainwash.nl

Hanna Bervoets – Wat wij zagen. En natuurlijk het boekenweekgeschenk! Daardoor ga ik me laten verrassen. De bekende uitspraak is: don’t judge a book by its cover. Maar de cover van dit boekje is mooi ontworpen, dus ik hoop dat de inhoud evenzeer bevalt. En ik kon het toch niet laten om even te kijken naar de recensie in de NRC. Die zegt: “Ze onderzoekt hoe mensen aan hun normen en waarden komen, wat de invloed van de omgeving en de tijdgeest is. … Er worden belangwekkende vragen in opgeworpen.” Ik ben benieuwd!