Categories
Leestip

Simon Gusman – Diep van buiten

Is het existentialisme nog relevant? Heeft het ons nog iets te zeggen over wie we zijn en hoe we handelen? In de populaire cultuur is de Franse filosofische stroming ten prooi gevallen aan clichématige (maar toch wel geestige) representaties. Sombere intellectuelen die in Godard-achtige zwart-witbeelden de zinloosheid van het leven bespreken, cognacsippend en pijprokend in een Parijs café.

Maar zo gedateerd is het existentialisme niet, laat filosoof Simon Gusman zien in een boek over het denken van de grondlegger van de stroming, Sartre. Sterker nog, betoogt hij, we hebben juist weer behoefte aan een filosofie waarin de mens en zijn identiteit centraal staan. Niet omdat het universum om, de mens draait, maar juist omdat de mens op die manier zijn plek erin kan vinden.

Gusman duikt in de grondslagen van Sartres denken en laat zien hoe deze denker op klassieke systematische wijze een filosofie optuigde die afrekende met voorgaande denkers maar te antropocentrisch werd bevonden door zijn navolgers. Sartre wilde de mens niet reduceren tot een essentie, een onafhankelijk van het lichaam bestaand ‘ik’, maar tevens bewijzen dat het ontbreken hiervan de mens niet tot een onvrij construct van zijn omgeving maakte.

Geholpen door de fenomenologie liet Sartre zien: het bestaan gaat vooraf aan de betekenis ervan. In eerste instantie zijn we, daarop volgt pas de zin van ons bestaan. Die is dus niet vooraf gegeven, maar laat zich door ons vormen in hoe we ons tot de wereld verhouden en de keuzes die we maken.

Ten opzichte van Sartres tijd zijn onze keuzemogelijkheden danig toegenomen. In een tijdperk waar keuzestress hoogtij viert en er een voortdurend appèl gedaan wordt op mensen om de beste versie van zichzelf te worden, kunnen we volgens Gusman dus nog best wat leren van Sartre – hoe en waarom maak ik keuzes en welke gevolgen heeft dat voor wie ik ben? Toch maar weer het driedelige pak aan en in de kroeg gaan reflecteren op die vragen dus.

Simon Gusman, Diep van buiten – De mens volgens Sartre. Boom.

 

Categories
Het Filosofisch Diner

De mythe van de vrije wil

Een van de belangrijkste taken van de filosofie is om aannames te bevragen. Waarom beschouwen we sommige als vanzelfsprekend, en klopt dat wel? Een goed voorbeeld hiervan is de vrije wil. Binnen de academische filosofie een notoir lastig onderwerp, maar over het algemeen twijfelen we er niet aan ons handelen wordt bepaald door keuzes die we zélf maken.

De geldigheid van die aanname stond ter discussie tijdens het eerste Filosofische Diner van deze herfst. Jurriën Hamer, die naast filosoof ook jurist is, hield een vurig pleidooi tegen de vrije wil. Niet omdat hij dacht dat we volledig gedetermineerd zijn; wel omdat hij meent dat het idee van een vrije wil ongelijkheid en onrechtvaardigheid met zich meebrengt. Als we uiteindelijk altijd volledig zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen, moeten we ook altijd zelf de consequenties dragen. Zo wordt ook geluk een keuze – terwijl we heel goed weten dat dat niet klopt.

Voor veel aanwezigen was het duidelijk een bittere pil om te slikken – het idee dat de controle over je eigen handelen maar zeer beperkt is, is niet fijn en staat heel ver van hoe we ons dagelijks leven ervaren. Maar volgens Jurriën is een nieuw blik op de wil nodig om radicale maatschappelijke en politieke veranderingen tot stand te brengen, die voor een rechtvaardiger samenleving zorgen. Een eerlijker verdeling van welvaart en een nieuwe penitentiair systeem gericht op reïntegratie in plaats van straf – hier komt de jurist naar boven.

De belangrijkste vraag was wel: is zo’n complexe filosofische vraag wel het juiste startpunt voor een maatschappelijke omslag? Wie wil er nog veranderen nadat hij heeft gehoord dat de vrije wil toch niet bestaat? Een goede suggestie in een andere richting sloot de avond af: moeten we om van het ‘willen’ af te komen, niet ook van het woordje ‘ik’ af?

Categories
Kijktip Wijntip

Bloedige wijn voor een koelbloedige schurk

Better Call Saul is een van de beste series die ooit gemaakt zijn. Niet alleen vanwege de geweldige scenario’s, onverwachte plotwendingen en een hele goede cast, maar juist ook vanwege de aandacht voor detail, nuance en een treffende symboliek die de hele serie door alleen maar sterker worden. Personages die we uit de originele serie Breaking Bad al kenden, worden in Better Call Saul uitgediept, krijgen meer vlees om de botten en worden soms in een heel nieuw licht gesteld.

Een prachtig voorbeeld is de scène waarin Gustavo Fring een glas wijn drinkt in een bar (dat spreekt mij natuurlijk aan). De kijker kent hem als een meedogenloze crimineel die koel en berekenend zijn drugsrijk opbouwt, gedreven door het verlies van zijn geliefde Max, die door de chef van het Mexicaanse drugskartel is vermoord. In deze scène krijgen we een zeldzaam inkijkje in zijn gevoeliger kant; schuilt er misschien toch iets goeds in deze man?

Gus neemt plaats in een luxe wijnbar, waar hij duidelijk al vaker is geweest: de sommelier begroet hem hartelijk en de twee raken in gesprek over wijn. David, de sommelier, schenkt Gus een glas in van een zeer exclusieve Côte Rôtie, ‘La Landonne’ van wereldberoemde wijnmaker René Rostaing en vertelt hem over zijn persoonlijke ervaringen in die streek. Gus ontspant en luistert met plezier, niet alleen omdat hij van de wijn geniet, maar ook van zijn gezelschap. 

Hij geeft zich zelfs bloot, door te bekennen dat hij na een eerder gesprek met David een bijzonder goed jaar van dezelfde wijn te hebben gekocht. Die bewaart hij tot een speciale gelegenheid om de wijn met iemand te kunnen drinken – hopelijk met David, lees je in zijn gezicht. Maar zodra de kans zich voordoet, maakt Gus zich uit de voeten. We zien zijn gezicht verstrakken en het plezier verdwijnen; de schurk maakt zich weer meester van de levensgenieter.

In vier minuten wordt een intrigerend portret neergezet. Bij Gus Fring is elegantie en verfijnde smaakt deel van het personage dat hij bewust speelt, om zijn illegale activiteiten voor de buitenwereld te verhullen. Aan de bar menen we echter een glimp op te vangen van de echte Gus, die als alle mensen hunkert naar liefde. Kwetsbaar, maar ook vervuld van plezier.

Hoewel acteur Giancarlo Esposito zijn rol briljant speelt, ligt er in deze scène een belangrijke rol voor de wijn. Die staat symbool voor wat Gus Fring drijft: bloeddorst en wraak. Niet alleen de kleur, maar ook de smaak van de wijn reflecteert dat. Sommelier David omschrijft de wijn als vlezig, bijna bloedig, en zegt dat de bodem in Côte Rôtie rijk is aan ijzeroxide, waardoor ook die een rode kleur heeft. Gustavo’s ware aard toont zich in wat hij drinkt: hij is een roofdier (geworden). Misschien was hij ooit wel écht verfijnd en gevoelig, maar zijn jarenlange strijd binnen het drugskartel heeft hem definitief vervormd tot een moordend monster. Net als de kijker dacht ook Gus zelf even terug te stappen in een luchtiger verleden –  tot hij besefte dat dat nooit meer zou lukken. Het uitdrukkingsloze gezicht waarmee hij de bar verlaat, is daar de bevestiging van.  


Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker? deel 3

In twee eerdere blogs beschreef ik hoe ik in iets meer dan tien dagen mijn eerste eigen wijn had gemaakt. De eerste proeve was niet om over naar huis te schrijven – ‘technisch wijn’, is de beste samenvatting. Maar wijn heeft er baat bij om te rijpen; de aroma’s ontwikkelen zich en vinden een balans, worden verfijnder. Wat eerst nog te hard is wordt zachter, wat nog te flauw is krijgt meer kracht. Dus liet ik een proefflesje ruim vijf weken ongestoord in de koelkast staan. Kinderen hebben misschien veel aandacht nodig om opgevoed te worden, wijn wordt juist volwassener als je hem met rust laat.

En toen was dan het grote moment daar. Tijd voor een eerste serieuze slok. Ik zou de spanning hier nog verder kunnen opbouwen, maar eerlijk gezegd zou dat alleen maar tot een anticlimax leiden. Dus: hij was niet bijzonder lekker. Ook niet uitgesproken vies, godzijdank.

Mijn proefnotities luiden: ‘diep geel van kleur, maar wel helder’. In de neus ‘rijpe banaan, snoepig en licht chemisch’ – en dan niet het fijne soort chemisch. Smaak: ‘rond, zachte zuren, heel licht zoetje, tropisch fruit’. Op zich niet eens verkeerd; maar mijn eindconclusie was toch: ‘wat vlak en uit balans; het zoet overheerst en daardoor weeïg; mist frisheid en strakte’.

Ik heb kortom een wijn gemaakt die doet denken aan witte wijnen uit Zuid-Italië die te veel zon hebben gezien en te weinig liefde. Niet dat ik te weinig liefde heb geschonken aan mijn wijn; hier was het puur het gebrek aan ervaring. En eigenlijk is het resultaat wat dat betreft wel geruststellend. Ik had thuis in een emmer met druivensapconcentraat nooit zomaar een prachtige, verfijnde wijn kunnen maken; dat vereist hele andere omstandigheden, van druif tot expertise en technisch vermogen.

Het is dus vooral interessant om thuis wijn te maken vanwege het proces. Het gaat om de weg, niet om het doel. In dit geval krijg ik er nog een mooi filosofisch inzichtje bij cadeau. Resteert alleen de vraag wat ik in godsnaam met de resterende vijf liter wijn moet doen…

Categories
Wijntip

2x Grauburgunder uit de Pfalz

Het is al te gemakkelijk om je door vooroordelen en aannames te laten verleiden. In het dagelijks leven doen we dat aan de lopende band. Het maakt het leven eenvoudiger, maar het is wel gezond als je af en toe een stapje terug doet om te checken of je aannames wel kloppen.

Daar zijn filosofen heel goed in. Maar wijnkenners zouden het ook moeten kunnen. Ik proefde twee Grauburgunders (pinot gris) uit de Pfalz. Van hetzelfde jaar (2020), gemaakt door twee wijnmakers die grofweg 35 kilometer bij elkaar vandaan werken. Beiden ingesloten door de Rijn aan de oostzijde en de heuvels van het Pfälzerwald aan de westzijde. Dan verwacht je toch al snel dezelfde wijnen.

En in grote lijnen is de overeenkomst er; qua aroma’s zijn ze onmiskenbaar Grauburgunders. Twee keer ruik ik rijp wit fruit (appels en peren) en een vleugje bloesem, met een zweem van een fris ananasje. Maar qua kleur, intensiteit en dikte slaan de twee een totaal andere weg in. De een is fris en zuur, en heeft alleen een lichte toets geel, terwijl de ander richting het groen gaat, lekker in het glas blijft hangen en sappig is tot en met.

Wijnmakers ontdoen zich steeds meer van bestaande verwachtingspatronen over karakteristieken voor specifieke druiven of regio’s. Niet om wijndrinkers op het verkeerde been te zetten, maar omdat ze zich willen onderscheiden van hun collega’s. Deze wijnmakers hebben ze weinig op met Plato; er bestaat voor hen geen ideeënwereld waar zich dé chardonnay of dé sauvignon blanc ophouden. De smaak van druiven is veel meer historisch en geografisch bepaald.

Zodoende kunnen mijn twee Grauburgunders enorm uiteenlopen. De ene pretendeert naar échte Grauburgunder te smaken. De ander wil laten zien wie de wijnmaker is en draagt de naam ‘Signature Grauburgunder’ – de handtekening van de meester. Beiden smaken heerlijk. Dus welke van de twee er het meest echt is? Begin maar met je van je vooroordelen te ontdoen.

Signature Grauburgunder Trocken, Kesselring, Pfalz 2020 (biodynamisch).
Grauburgunder, Karl Pfaffman, Pfalz 2020 (bio).
Verkrijgbaar bij Wijnjuweel.

Categories
Leestip

Jurriën Hamer – Waarom schurken pech hebben en helden geluk

Ons geloof in God is in het Westen de afgelopen twee eeuwen aardig afgebrokkeld, maar er is een andere hogere macht waar we juist meer op zijn gaan vertrouwen: de vrije wil. Hoe je hem ook definieert, het idee dat we zelf de baas zijn over ons handelen, is bijzonder diep in ons denken verankerd.

Daarom is het af en toe even slikken als je het pleidooi van Jurriën Hamer leest, waarin hij betoogt dat het tijd wordt om eens af te rekenen met de vrije wil. Veel van wat hij zegt kan tegenstrijdig voelen met hoe we praten en denken met betrekking tot keuzes en handelingen. En toch weet hij in zo’n 150 pagina’s een overtuigende alternatieve kijk te ontwikkelen op de wil, die kan leiden tot een rechtvaardiger maatschappij.

Dat is namelijk waar het Hamer om te doen is: de vrije wil leidt tot een oneerlijke maatschappij. Als de bron van ons handelen uiteindelijk in onszelf ligt, in een keuze die we bewust en actief maken, dan zijn we ook altijd zelf verantwoordelijk voor de gevolgen daarvan. Alles wat we doen kan zo worden uitgedrukt in termen van schuld en verdienste. In onze gangbare visie op de vrij wil verdient een held lof en een boef straf; maar heeft de miljonair ook recht op zijn geld, terwijl de uitkeringstrekker het er zelf naar gemaakt heeft.

Het is niet voor niets dat dit boekje nu verschijnt; de maatschappelijke ongelijkheid op het gebied van inkomen en kansen neemt toe en onze verontwaardiging daarover haalt weinig uit. Jurriën Hamer wijst aan waar de kern van het probleem, maar ook het begin van een oplossing zit. Laten we ervoor kiezen eens van de vrije wil af te komen!

Tijdens het eerstvolgende Filosofische Diner op 7 september, heb je de kans om met Jurriën Hamer in gesprek te gaan over zijn boek.

Jurriën Hamer, Waarom schurken pech hebben en helden geluk. De Bezige Bij.

 

Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker? deel 2

In mijn vorige blog vertelde ik je over de embryonale staat van mijn allereerste wijn. In zeven dagen voltrok zich onder mijn ogen de volledige fermentatie van een paar liter druivensap. Op de zevende dag gaf ik de most een dagje rust (die had God immers ook verdiend toen hij de wereld schiep) maar een dag later was het zover: ik kon een eerste slok proeven!

Had ik hooggespannen verwachtingen? Om eerlijk te zijn niet. Ik was al blij genoeg als het me zou lukken om überhaupt wijn te maken. En precies dát was gelukt, proefde ik. Een slok droog wit, wat waterig en duidelijk op de verkeerde temperatuur (net boven de 20 graden), maar onmiskenbaar wijn. Het was duidelijk dat er iets van zuren in zaten en fruitige aroma’s om nog te ontdekken, maar dat leek me beter om te bewaren tot de volgende stap was gezet: de klaring en rijping van de wijn.

De wijn is klaar om ‘gebotteld’ te worden (‘geboxt’ zou hier toepasselijker zijn)

De most was nu nog een troebel boeltje, een soort appelsap met stukjes erin. Klaring moet ervoor zorgen dat de wijn frisser oogt en ruikt. Daartoe leverde de wijnkit enkele zakjes met poederige stabilisator (sulfieten waarschijnlijk) en twee gelei-achtige klaringsmiddelen (eiwitten die zich met onzuiverheden in de wijn binden en bezinken). Alles ging er zo doorheen en na een keer stevig roeren en nog eens drie dagen wachten, zag de wijn er ook nog eens echt als wijn uit.

Daarop kon ik de wijn overtappen in een bag-in-box systeem (je kent ze wel uit de Franse supermarkt) die vervolgens in een niet al te koele koelkast verdween om nog een paar weekjes te rijpen. Dat zou dan de wijn in balans moeten brengen; de aroma’s kans geven zich te ontwikkelen, de zuren om in de wijn te integreren. De laatste test volgt dus binnenkort.

Wordt vervolgd…

Categories
Kijktip

De eettafel als mijnenveld

Ik loop met tv-series notoir achter de hype aan; bekroonde series waar iedereen de mond vol van heeft, zie ik meestal pas als de kranten er al bijna over uitgeschreven zijn. Zal wel een aangeboren trekje zijn, ik weet het niet, maar zolang mensen me de spoilers besparen, kan ik ermee leven.

Recent keek ik achter elkaar alle drie seizoenen van Succession, de Amerikaanse hit over mediamagnaat Logan Roy en de strijd tussen zijn kinderen over wie hem op zal volgen. De familie Roy wordt verteerd door een zucht naar geld en macht; zelden was er een cynischer stel personages op tv te zien. Zelfs binnen hun eigen wereld (een Amerikaans conservatief mediaconglomeraat) spannen ze in dit opzicht nog de kroon. ‘Eat or be eaten‘ – dat lijkt het motto te zijn.

Dat brengt me op het punt van eten in Succession – dat speelt namelijk een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Enkele van de beste scènes van de hele serie spelen zich rond de eettafel af, en dat is niet voor niets. Hoe de familie zich tot eten verhoudt, zegt bijzonder veel over hoe ze in het leven staan. Een treffend voorbeeld is de scène waarin onuitstaanbare slijmbal Tom, die zich in elke mogelijke bocht wringt om in hoger aanzien te komen, een ortolaan eet. Dit kleine vogeltje wordt levend gefrituurd en vervolgens van snavel tot staart verorberd. Het is dan ook verboden bij wet, maar de Roys voelen zich daar uiteraard boven verheven.

Eten geldt dus louter als een statussymbool; de Roys (de familienaam is niet toevallig het Franse woord voor koning) dineren zoals de adel het in de negentiende eeuw deed. Ze worden in huiselijke setting geserveerd aan een lange tafel, met knipmessen van bedienden die aan de lopende band gerechten serveren en wijn schenken. Maar, symbolisch voor het lege cynisme van het gezin, om veel meer dan de vorm gaat het niet. In de vele scènes rond de eettafel wordt opvallend weinig écht gegeten. Vooral pater familias Logan Roy zien we aan de eettafel meer praten dan eten.

Waar het diner voor de meesten een sociaal gebeuren is dat om verbinding draait, is de eettafel in Succession bij uitstek de plaats waar strijd wordt geleverd. Hier worden ruzies uitgevochten en machtsverhoudingen bepaald. In een wereld waar geld alles is, kun je je niet veroorloven te worden afgeleid door wereldse zaken als voedsel. Wie eet, is kwetsbaar, en zal dus zelf worden opgegeten. Dat is er bij de Roys van begin af aan ingestampt. En dus zitten ze in geestelijk harnas aan tafel, terwijl de kijker tegelijk met de hoop op een goede afloop ook de eetlust verliest.


Categories
Column Wijntip

Van wijnkenner naar wijnmaker?

In navolging van mijn onlangs behaalde wijnbrevet, leek het me zinvol om de opgedane kennis over het wijnmaken zelf in de praktijk te brengen. Zo goed als je alleen iets leert over wijn door te proeven, zo leer je alleen iets over vinificatie of wijnbereiding door er een keer met je neus bovenop te hebben gezeten.

Hoe te beginnen? Je rijdt niet even naar Frankrijk of omstreken om daar zelf wijn te gaan maken. Maar het principe van wijn maken is eenvoudig genoeg: je laat druivensap vergisten en rijpen, en voila: je hebt wijn. Dat kan dus prima in huiselijke omgeving en er zijn tegenwoordig steeds meer ‘kits’ te koop waarmee je thuis aan de slag kunt. Ik bestelde er een bij de HEMA (jawel) die mij binnen twee weken heerlijke huisgemaakte wijn beloofde. Over de kwaliteit ervan was ik sceptisch, maar dat het me zou lukken om technisch gezien wijn te maken, daarover twijfelde ik niet.

Begin van het proces: druivensapconcentraat in een emmer

Het pakket liet me een zak met druivensapconcentraat aanvullen met een volledig pak suiker, zes liter water en een eetlepel gist. Waar de druiven vandaan kwamen en om welk ras het ging werd niet vermeld. Witte druiven waren het, dat wel, dus witte wijn zou het worden. Voor sommige mensen is dat genoeg informatie…

De emmer met wijn in wording vertrok voor een week naar mijn kelder. Ik waag me er niet aan om te speculeren of gistcellen verlegen zijn, maar ze doen hun werk in elk geval liefst ongestoord. Ik onderdrukte mijn nieuwsgierigheid dus zoveel mogelijk en checkte hoogstens één keer per dag hoe het ervoor stond. Zachtjes bubbelend voltrok zich zo voor mijn neus het wonder: druivensap werd langzaam wijn!

Wordt vervolgd…

Categories
Column Wijntip

Wijnbrevet

In tegenstelling tot de filosofie, waarin ik keurig universitaire papiertjes voor heb behaald, ben ik op wijngebied behoorlijk autodidact. Dat klinkt stoer (vind ik zelf) maar eigenlijk ben ik best een nerd die er veel genoegen uit haalt om feitjes te leren en dan getoetst te worden. Om die feitjes vervolgens allemaal ergens op de zolder van mijn hersenen in dozen neer te zetten, waar je nooit meer naar omkijkt – maar dat terzijde. Dus ging ik examen doen om mijn wijnbrevet te halen.

De laatste keer dat ik ergens klassiek examen in deed, was toen ik mijn rijbewijs ging halen. Onvermijdelijk drongen zich dan ook associaties met het theorie-examen bij het CBR op, toen ik kortgeleden een gymzaal betrad in het midden van het land. Enkele tientallen tafels stonden in examenopstelling met daarop telkens zes glazen wijn (drie wit, drie rood), een flesje water, een spuugbakje, een potlood en een examenboekje. Gelukkig werd hier geen kennis getest van verkeersborden en voorrangsregels, maar van wijnbereiding en -geografie. Meer mijn straatje.

Hoewel ik durf te wedden dat veel middelbare scholieren tijdens lastige examens maar wat graag een glas wijn op tafel hadden gehad, veranderde deze omstandigheid toch weinig aan wat het was: een toets met multiple-choice-vragen. Alle associaties met een gezellig glas wijn werden de kop ingedrukt door droge vragen, TL-licht en een examinator die, hoe sympathiek ook, er toch vooral bij zat om ervoor te zorgen dat niemand zat te spieken.

Nog geen week later ligt er een envelop in de brievenbus met heugelijk nieuws: ik ben geslaagd met een 9! De nerd in mij is blij. De filosoof in mij moet nog even reflecteren op wat ik nu precies aan kennis rijker ben geworden. En de wijnliefhebber in mij schenkt vanavond een lekker glaasje in.