Categories
Het Filosofisch Diner

Gezelligheid

De valkuil van woorden die we heel vaak gebruiken en waarvan de betekenis evident lijkt te zijn, is dat we er helemaal niet meer bij stilstaan wat we er eigenlijk mee zeggen of bedoelen. ‘Gezelligheid’ is precies zo’n begrip. Op en top Nederlands, naar verluid, en aan de lopende band gebruikt om welke sociale context dan ook te duiden. Maar gevraagd naar wat het betekent, komen de meeste mensen niet veel verder dan een generieke omschrijving. Iets samenzijn, goede sfeer, knusheid.

Pieter Dronkers, verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek, vond het dan ook hoog tijd om het begrip écht eens te bevragen. Hij greep daarvoor terug op de etymologie van het woord, maar ook een antropologische benadering, waarin het begrip als onderdeel van de menselijke cultuur wordt beschouwd. In beiden komt duidelijk naar voren dat niet alleen het sociale aspect van belang is, maar ook de wijze waarop machtsverhoudingen georganiseerd zijn.

Het woord is afgeleid van ‘gezel’, dat weer teruggaat op ‘zaal’, als in een gedeelde ruimte waarin men onder gelijken is. Die betekenis is volgens Dronkers ook tegenwoordig nog kenmerkend; gezelligheid kan volgens hem alleen bestaan waar mensen op gelijke voet met elkaar kunnen samenzijn. De typische plek daarvoor is het café, maar ook buurthuizen, verenigingen of andersoortige kleinschalige gemeenschappen scheppen de juiste voorwaarden voor gezellig samenzijn.

Het gesprek ging daarna over de vraag welke contexten er dan verder gezellig kunnen zijn; de cultureel bepaalde inhoud van gezelligheid; en de vraag of het zonder medemensen ook gezellig kan zijn. Duidelijk werd dat gezelligheid een zeer politieke lading kan hebben en dat we moeten waken voor elke vorm van dwang om gezellig te zijn - denk maar aan een gezellige kerst met onderhuidse spanningen. Het Filosofisch Diner zelf bleek daarentegen bij uitstek een zeer gezellige aangelegenheid - persoonlijk laat ik het het liefst bij die definitie.